Joaquin Rodrigo

Concierto d'Aranjuez

Gecomponeerd in 1939 en voor het eerst uitgevoerd in Barcelona op 9 november 1940, is het Concierto d’Aranjuez, samen met de recentere Fantasia para un gentilhombre, het meest bekende werk van de Spaanse componist Joaquin Rodrigo. Met het succes van dit concerto vestigde Rodrigo zich als gerenommeerd componist aan wie musici zoals Galway en Lloyd Weber zouden vragen om ook voor hun instrument een concerto te schrijven.

Concierto d’Aranjuez

Genre: Concerto

Componist: Joaquin Rodrigo

Compositiejaaren: 1939

Première: Barcelona, 9 november 1940

Een concerto met een verhaal

Het Concierto d’Aranjuez is geïnspireerd op de tuinen van het koninklijk paleis van Aranjuez, een 16de eeuws paleis gebouwd in opdracht van Filips II dat midden 18de eeuw door Ferdinand VI werd gerenoveerd.

Het concerto geeft ons een inzicht hoe iemand die sinds zijn derde blind was, de schoonheid van een park kan ervaren. Zelf omschreef hij zijn werk immers als een weergave van de geur van de magnolia’s, het zingen van de vogels en het geruis van de fonteinen.

Het soms ingetogen, soms blije en soms dramatische adagio heeft zijn eigen verhaal. Omdat zowel Rodrigo als zijn vrouw Victoria er niet over praatten, werd lang de veronderstelling gemaakt dat het geïnspireerd werd door het bombardement op het Baskische Guernica tijdens de Spaanse burgeroorlog in 1937. In haar autobiografie uit 1992 vertelt Victoria echter dat Joaquin er de blije dagen van hun huwelijksreis mee evoqueert en het verdriet wanneer ze een miskraam had tijdens haar eerste zwangerschap.

Joaquin Rodrigo
Joaquin Rodrigo

Dit maakt van het Concierto d’Aranjuez een zeer intiem werk, waarin de componist zijn diepste gevoelens weergeeft, evenals de manier waarop hij de wereld om zich heen ervaart. Minstens voor een deel verklaart deze intimiteit ook waarom dit werk zo geliefd is.

Het Concierto d'Aranjuez in het kort

Behalve de Spaanse sfeer die het werk uitstraalt, is dit concerto vooral bijzonder omdat het een eenzame gitaar tegenover de volle kracht van een orkest plaatst. Toch slaagt Rodrigo er zonder enig probleem in om zowel gitaar als orkest tot hun recht te laten komen.

De eerste beweging is een allegro die begint met een gitaarsolo die het ritme van de melodie aangeeft. Dit ritme wordt door de strijkers overgenomen waarna orkest en gitaar afwisselend het hoofdthema voorzichtig ontwikkelen en naar haar hoogtepunt brengen. Het zacht klinkende einde van de eerste beweging vormt de overgang naar het volgende deel.

Het adagio van de tweede beweging begint met de ingetogen tonen van een Engelse hoorn die, begeleid door de gitaar, het thema onmiddellijk introduceert. De gitaar neemt langzaam over, daarna het orkest en samen drijven ze de melodie naar een dramatische piek, om dan opnieuw in alle rust naar het einde te meanderen.

Het derde en laatste deel van het concerto herinnert aan de dansen die misschien ooit in de tuinen van Aranjuez werden uitgevoerd. Het tempo is vrolijk en opgewekt. Dit deel begint opnieuw met de gitaar, die nog even voort gaat in dezelfde toonaard als het voorgaande adagio, maar het orkest schakelt al gauw over naar een levendigere toonaard. Ook hier wisselen gitaar en orkest elkaar af, spelen ze met het hoofdthema, werken het verder uit naar het hoogtepunt om dan uit te doven en de luisteraar ademloos achter te laten.

(Bronnen: Wikipedia)