De Vier Seizoenen

Warning: A non-numeric value encountered in /customers/c/6/e/klassiekindekapel.be/httpd.www/wp-includes/media.php on line 467
Antonio Vivaldi, componist van o.m. De Vier Seizoenen

De Vier Seizoenen (RV 269, 315, 293 en 297)

Hoewel zij pas in de vroege 20ste eeuw herontdekt werden, behoren ‘De Vier Seizoenen’ van Antonio Vivaldi tot één van de meest bekende, uitgevoerde en gebruikte concertreeksen van de Westerse klassieke muziek. En hoewel Vivaldi ook zoveel meer heeft gecomponeerd dan deze concertreeks, is het vooral door dit werk dat hij bij  de meeste geliefde componisten gerekend kan worden.

De Vier Seizoenen: (RV 269, 315, 293 en 297)

Genre: Concerto

Componist: Antonio Vivaldi

Compositiejaren: 1718-1720 (of 1716-1717)

Eerste publicatie: Amsterdam, 1725

De natuur als inspiratiebron

Wanneer de vier concerti voor het eerst werden uitgevoerd is niet helemaal zeker. Ze werden pas in 1725 in Amsterdam gepubliceerd, maar aangenomen wordt dat ze ofwel in 1716/1717 ofwel tussen 1718 en 1720 al werden gecomponeerd.

Elk deel van de concerti werd in de publicatie vergezeld van een kort gedicht, waarvan men vermoed dat ze ook van de hand van Vivaldi waren. Dit was een unicum voor de tijd, dat in de loop van de volgende eeuwen navolging zou krijgen. 

De gedichten waren overigens niet het enige unieke aan de concertreeks. Ook het gebruik van de natuur als inspiratiebron, waarbij de muziek de klanken van de dieren, het tikken van de regen tegen de ramen en het geweld van een storm nabootst, was in de vroege 18de eeuw ongeëvenaard. Wellicht waren de gedichten, minstens voor een deel, bedoeld om de toehoorder de bedoeling van de componist te helpen begrijpen.

Antonio Vivaldi ten tijde van de publicatie van De Vier Seizoenen
Vivaldi ten tijde van de publicatie van De Vier Seizoenen

Ook voor volgende generaties componisten zou de natuur een inspiratiebron blijven. Denken we maar aan de Zesde Symfonie van Beethoven, of aan Smetana‘s Vltava, gewijd aan de Moldau rivier. Toch zou Vivaldi’s baanbrekende werk in de loop van de 19de eeuw in de vergetelheid geraken en duurde het tot het begin van de 20ste eeuw vooraleer het opnieuw uitgevoerd zou worden. Meer nog, de eerste opnames van de concertreeks zouden pas in 1939 of 1942 gemaakt zijn en het zou pas tijdens de latere helft van de 20ste eeuw zijn, dat het werk immens populair zou worden.

Tegenwoordig zijn ‘De Vier Seizoenen’ niet meer weg te denken uit het klassieke repertorium. 

'De Vier Seizoenen' in het kort

‘De Vier Seizoenen’ bestaat uit vier concerti, elk in een eigen toonaard en elk gewijd aan een seizoen van het jaar:

  • ‘De Lente’ (RV 269), in E
  • ‘De Zomer’ (RV 315), in g mineur
  • ‘De Herfst’ (RV 293), in F
  • ‘De Winter’ (RV 297) in f mineur.

Zoals tijdens de barok periode gebruikelijk, bestaat elk concerto uit 3 delen: een sneller allegro, een ingetogener adagio of largo en opnieuw een sneller allegro. Daarbij heeft elk deel zijn eigen thema, dat niet in de andere delen terugkeert. 

Met bijhorende sonetten

Bij elk deel van elk concerto hoort een eigen gedicht, een sonnet dat wellicht door Vivaldi zelf werd geschreven. Hieronder volgt per deel het sonnet in het Italiaans met een vertaling in het Nederlands.

Lente – Allegro

Giunt ‘è la Primavera e festosetti
La Salutan gl’ Augei con lieto canto,
E i fonti allo Spirar de ‘Zeffiretti
Con dolce mormorio Scorrono intanto:
Vengon’ coprendo l ‘aer di nero amanto
E Lampi, e tuoni ad annuntiarla eletti
Indi tacendo questi, gl ‘Augelletti;
Tornan ‘of nuovo of canoro incanto

De lente staat voor de deur.
De vogels vieren haar terugkeer met feestelijk gezang,
en kabbelende beekjes worden
zachtjes gestreeld door de briesjes.
Onweersbuien, die herauten van de lente, brullen en
werpen hun donkere mantel over de hemel.
Dan sterven ze weg tot stilte,
en de vogels nemen hun charmante liedjes weer op.

Lente – Largo

E quindi sul fiorito ameno prato
Al caro mormorio di fronde e piante
Dorme’ l Caprar col fido can ‘à lato.

Op de met bloemen bezaaide weide, met lommerrijke takken die
boven hun hoofd ritselen, slaapt de kudde geiten,
zijn trouwe hond naast hem.

Lente – Allegro Pastole

Di pastorale Zampogna al suon festante
Danzan Ninfe e Pastor nel tetto amato
Di primavera all ‘apparir brillante.

Geleid door het feestelijke geluid van rustieke doedelzakken,
dansen nimfen en herders lichtjes
onder het schitterende bladerdak van de lente.

Zomer – Allegro non molto

Sotto dura Staggion dal Sole accesa
Langue l ‘huom, taal’ l gregge, ed arde il Pino;
Scioglie il Cucco la Voce, en naast de
Canta la Tortorella en Gardelino.
Zeffiro dolce Spira, mà contesa
Muove Borea improviso al Suo vicino;
E piange il Pastorel, perche sospesa Teme
fiera borasca, e ‘l suo destino

Onder een hard seizoen, opgestookt door de zon
Languishes de mens, kwijnt de kudde weg en verbrandt de den.
We horen de stem van de koekoek;
dan klinken zoete liedjes van de tortelduif en de vink.
Zachte briesjes doen de lucht roeren, maar door de dreigende
noordenwind worden ze plotseling opzij geduwd.
De herder beeft,
bang voor hevige stormen en zijn lot.

Zomer – Adagio / Presto

Toglie alle membra lasse il Suo riposo
Il timore de ‘Lampi, e tuoni fieri
E de mosche, and mosconi il Stuol furioso!

De angst voor bliksem en felle donder
berooft zijn vermoeide ledematen van rust
Zoals muggen en vliegen woest rond zoemen.

Zomer – Presto

Ah, che pur troppo i Suo timor Son veri
Tuona en fullmina de Ciel and grandinoso
Tronca de capo alle Spiche ea ‘grani alteri.

Helaas, zijn angsten waren gerechtvaardigd.
De hemelen donderen en brullen en met hagel
Snijd de kop van de tarwe en beschadigt het graan.

Herfst – Allegro

Celebra il Vilanel con balli e Canti
Del felice raccolto il bel piacere
E del liquor de Bacco accesi tanti
Finiscono col Sonno il lor godere.

Viert de boer, met liederen en dansen,
het plezier van een overvloedige oogst.
En opgestookt door de drank van Bacchus,
eindigen velen hun feestvreugde in slaap.

Herfst – Adagio Molto

Fà ch ‘ogn’ uno tralasci e balli e canti
L ‘aria che temperata dà piacere,
E la Staggion ch’ Invita tanti e tanti
D ‘un dolcissimo Sonno al bel godere.

Iedereen is gemaakt om zorgen te vergeten, te zingen en te dansen
Door de lucht die getemperd is met plezier
En (tegen) het seizoen dat zo velen, velen uitnodigt
Uit hun zoetste slaap om fijn te genieten

Herfst – Allegro

cacciator alla nov ‘alba à caccia
Con corni, Schioppi, and cani escono fuore
Fugge la belva, en Seguono la traccia;
Già Sbigottita, en het grote gerucht
De ‘Schioppi e cani, ferita minaccia
Languida di fuggir, mà onderdrukt muore.

De jagers komen tevoorschijn bij de nieuwe dageraad ,
En met horens en honden en geweren vertrekken op hun jacht.
Het beest vlucht en zij volgen zijn spoor;
Doodsbang en moe van het grote geluid
van geweren en honden, het beest, gewond, dreigt
loom te vluchten, maar gekweld, sterft.

Winter – Allegro Non Molto

Agghiacciato tremar trà nevi algenti
Al Severo Spirar d’ orrido Vento,
Correr battendo i piedi ogni momento;
E pel Soverchio gel batter i denti

Om te beven van de kou in de ijzige sneeuw,
In de harde adem van een gruwelijke wind;
Om te rennen, elk moment stampend,
Onze tanden klapperend in de extreme kou

Herfst – Largo

Passar al foco i di quieti e contenti
Mentre la pioggia Fuor bagna ben cento

Voordat het vuur vredig voorbijgaat,
Terwijl de regen buiten met bakken naar beneden komt.

Winter – Allegro

Caminar Sopra il giaccio, e à passo lento
Per timor di cader girsene intenti;
Gir forte Sdruzziolar, cader à terra
Di nuove ir Sopra ‘l giaccio e correr forte
Sin ch’ il giaccio si rompe, e si disserra;
Sentir uscir dalle ferrate porte
Sirocco, Borea, e tutti i Venti in guerra
Quest’ é ‘l verno, mà tal, che gioja apporte.

We betreden het ijzige pad langzaam en behoedzaam, uit
angst voor struikelen en vallen.
Draai dan abrupt, slip, crash op de grond en,
stijgend, haast je verder over het ijs, opdat het niet barst.
We voelen de koude noordenwinden door het huis
stromen ondanks de vergrendelde en vergrendelde deuren …
dit is winter, die toch
zijn eigen geneugten met zich meebrengt.

In een hedendaags jasje ...

Dat Vivaldi’s Vier Seizoenen blijven inspireren, blijkt ook aan de herbewerking in 2012 door componist Max Richter, die het werk in een modern, hedendaags jasje stak. Tijdens de herbewerking schrapte Richter, naar eigen zeggen, zo ongeveer driekwart van het origineel, terwijl de delen die hij bewaard heeft, herhaald worden, waardoor de moderne versie een minimalistisch tintje krijgt en bijna als filmmuziek klinkt.

Vivaldi Recomposed werd door critici zeer goed ontvangen en geeft aan dat muziek die meer dan 300 jaar oud is, nog steeds heel actueel kan zijn.

(Bronnen: Wikipedia | Sonetten)