Telemann, Georg Philip (1681-1767)

Georg Philip Telemann werd op 14 maart 1681 in het Duitse Maagdenburg geboren. Zijn vader, Heinrich was onderwijzer en predikant, terwijl zijn moeder, Maria Haltmeier, de dochter was van een dominee.

Telemann kwam dus niet uit een muzikale familie. Meer nog, zijn ouders wensten niet dat hij zich, ondanks een talent dat al op zeer jonge leeftijd duidelijk was, met muziek bezig hield. Zeker na het overlijden van vader Heinrich, was Telemann’s moeder vooral geïnteresseerd in een opleiding die haar zoons een stabiele financiële toekomst zou kunnen bieden. Muziek maken hoorde daar volgens haar niet bij. 

Toen ze de jonge Georg Philip in 1693 naar een school in Zellerfeld stuurde, gaf ze het schoolhoofd zelfs de expliciete instructie dat haar zoon zich niet door muzikale bezigheden mocht laten afleiden. Geheel tegen haar instructies in, echter, werd de jonge Telemann er aangemoedigd zijn muzikaal talent verder te ontwikkelen. Ook aan het gymnasium In Hildesheim waar ze hem in 1697 inschreef, kon hij zich verder aan de muziek wijden. 

Georg Philipp Telemann
Georg Philipp Telemann

Doorbraak als componist

In 1701 stuurde Maria Telemann naar de universiteit in Leipzig om er rechten te studeren. Onderweg ontmoette hij de vier jaar jongere Georg Friedrich Händel. Misschien was het wel dat geen van beiden uit een muzikale gilde of familie kwam, dat ze het goed met elkaar konden vinden. De ontmoeting was alvast de start van een vriendschap die ze hun leven lang onderhielden. Overigens was Händel niet de enige componist waar Telemann mee bevriend was. Enkele jaren later, in 1706, ontmoette hij Johann Sebastian Bach en ook zij konden het zodanig met elkaar vinden dat Telemann in 1714 de peetvader werd van Carl Philip Emanuel Bach.

Tijdens zijn rechtenstudies ging Telemann door met componeren. Volgens een anekdote verborg hij zijn werk, wellicht uit vrees voor de reactie van zijn moeder, tot een vriend van hem ‘per ongeluk’ één van zijn cantates vond en in een kerk in Leipzig liet uitvoeren. Daarop kreeg hij van het bestuur van de stad de opdracht om muziek te schrijven voor de Thomaskirche. In1702 werd hij muzikaal leider in de Opera van Leipzig, waar hij zijn eerste opera neerpende: Germanicus, een fictief verhaal over de Romeinse generaal die onder het bewind van zijn oom, keizer Tiberius, na een overwinning in Germania, zijn ontvoerde vrouw Agrippina moet bevrijden. 

Nu Telemann duidelijk voor de muziek had gekozen, richtte hij een muziekschool op, waarbij hij niet alleen aandacht besteedde aan het muziekonderricht zelf, maar ook aan de zakelijke kant van een loopbaan als musicus. Hij zette zijn leerlingen ook in bij de uitvoering van zijn werken en kwam daarbij in conflict met de cantor van de Thomaskirche, Johann Kuhnau, omdat hij ook Kuhnau’s studenten zou gebruikt hebben. Dit was niet de laatste keer dat Telemann’s aanpak bij zijn collega’s kwaad bloed zette. Het was immers de traditie dat musici in gildes werkten en dat een componist van religieuze werken geen geld aan componeren mocht verdienen. Wellicht speelde enige jaloezie hier ook een rol: op korte tijd was de zeer productieve Telemann immers opgeklommen tot de populairste componist uit de Duitse gebieden.

Eén van de meest productieve componisten van zijn tijd

In 1705 vertrok Telemann uit Leipzig en werd in 1708 concertmeester en kapelmeester in Eisenach, waar hij naast verschillende kerkelijke cantates ook tientallen concerten en sonates componeerde.

Kort na het overlijden van zijn eerste echtgenote trok hij weer verder en ging hij in 1712 naar Frankfurt. Telemann’s tijd in Frankfurt wordt beschouwd als de periode waarin zijn eigen stijl volledig tot ontwikkeling kwam. Het was alvast een tijd dat hij nog productiever was dan tevoren. 

In 1721 aanvaardde hij de positie van muziekdirecteur van vijf kerken in Hamburg, maar stuitte daarbij op kritiek van de kerkelijke autoriteiten omwille van zijn seculiere composities. Wanneer de post van cantor in de Thomaskirche in 1722 vacant werd door het overlijden van Kuhnau, stuurde hij zijn vacature in. Daarop bood men hem in Hamburg betere voorwaarden dan voordien en trok hij zijn kandidatuur in. Nadat ook Christoph Graupner zijn kandidatuur had ingetrokken, ging de post uiteindelijk naar Johann Sebastian Bach.

Telemann bleef in Hamburg tot aan zijn overlijden in 1767. Behalve zijn werk voor de kerken, componeerde hij ook meer dan10 opera’s voor de Oper am Gänsemarkt en schreef hij ook zijn uit 18 delen bestaande Tafelmusik, werken die tijdens of meteen na het eten werden uitgevoerd. 

In zijn privéleven verliep het echter minder goed. Zijn tweede echtgenote, met wie hij 9 kinderen had, verliet hem maar liet ook gokschulden bij hem achter die hoger opliepen dan zijn jaarlijks inkomen. Het was dankzij de steun van zijn vrienden en dankzij verschillende zeer succesvolle concerten, dat hem het faillissement werd bespaard.

Tussen 1740 en 1755 componeerde de daarvoor heel erg productieve Telemann amper nog en wijdde hij zich voornamelijk aan het publiceren van verschillende studies omtrent de muziektheorie. Hij nam ook meer tijd voor zichzelf en voor enkele hobbies, waaronder tuinieren en het cultiveren van exotische planten, een hobby die hij deelde met zijn goede vriend Händel. Het was trouwens op aandringen van deze laatste dat Telemann in 1755, op 74-jarige leeftijd, toch opnieuw aan het componeren sloeg. 

Telemann overleed op 25 juni 1767, 86 jaar oud, aan een ‘borstaandoening’. Hij werd opgevolgd door zijn petekind, C.P.E. Bach. 

(Bronnen: Telemann, De Klassieke Muziek Collectie nr. 35, De Agostini 1995 | Wikipedia)

Deze componist bij Klassiek in de Kapel