Händel, Georg Friedrich (1685-1759)

Georg Friedrich Händel
Georg Friedrich Händel omstreeks 1720

Georg Friedrich Händel werd op 23 februari 1683 in het Duitse Halle geboren. Zijn vader Georg was barbier en chirurgijn. Zijn moeder, Dorothea Taust was de dochter van een predikant.

Händel’s aanleg voor muziek was al op zeer jonge leeftijd duidelijk. Toch had Georg liever niet dat zijn zoon zich met muziek bezig hield, maar de jonge Georg Friedrich hield -weliswaar in het geheim- voet bij stuk. Volgens een anekdote smokkelde hij zelfs een kleine klavichord naar de zolder om daar ‘s nachts te oefenen! 

In welke mate Händel dit verhaal aandikte omdat het bijdroeg aan zijn reputatie als doelbewuste self-made man, zullen we wellicht nooit weten. In ieder geval kwam er een einde aan Georg’s verzet wanneer deze zijn zoon in 1693 meenam naar het paleis van zijn werkgever, de hertog van Weissenfels. Wanneer de 8-jarige knaap iedereen verbaasde met zijn orgelspel in de kapel van het paleis, adviseerde de hertog Georg om zijn zoon muziekonderricht te laten volgen. Georg kon dus niet anders meer en vroeg Friedrich Zachow als muziekleraar voor zijn zoon. Zachow was de enige muziekleraar die Händel ooit (formeel) gehad heeft.

Het onderricht dat Zachow Händel gaf bestond voornamelijk uit het kopiëren en bestuderen van partituren van andere meesters, waaronder Froberger en Kerll, een leerling van de Florentijnse Frescobaldi. Op die manier leerde de jonge Händel andere componisten en hun werk beter kennen, en kon hij zijn eigen stijl ontwikkelen. Daarbij is de invloed van Frescobaldi voor sommigen vaak duidelijk. Het was in deze periode dat Händel ook aan zijn eerste eigen composities begon. Hij was toen 9 jaar.

Behalve partituren kopiëren, moest Händel Zachow regelmatig vervangen op het orgel tijdens kerkdiensten waarop Zachow afwezig was. De reputatie van de jonge virtuoos groeide zodanig dat Georg Philip Telemann, op weg naar Leipzig, via Halle passeerde om Händel op te zoeken. Het was het begin van een levenslange vriendschap tussen beide grootmeesters.

Händel was een snelle en leergierige leerling die in de loop van de 3 à 4 jaar dat hij les kreeg, zijn meester was voorbijgestoken. Het was tijd om naar wat anders uit te kijken.

Tussen Halle, Hamburg en Rome

Hoewel zijn vader al in 1697 was overleden, besloot Händel diens wens te vervullen en schreef hij zich in 1702 in aan de universiteit van Halle waar hij seminaries over recht en theologie volgde. Niet lang daarna werd hij orgelist in de Domkirche in Halle, en post die hij ongeveer een jaar zou betrekken vooraleer hij naar Hamburg vertrok.

In Hamburg werd hij violist en klavicinist aan de intussen vermaarde Oper am Gänsemarkt, waar hij onder meer Christoph Graupner en Johann Mattheson ontmoette. Daar componeerde hij, zijn eerste opera’s: Almira en Nero in 1705 en Daphne en Florinda in 1708. Vooral Almira sloeg in bij het publiek en werd meerdere keren opgevoerd. Ondanks het succes van zijn eerste twee opera’s vertrok Händel, op uitnodiging van Ferdinando de Medici, al in 1706 naar Italië.

De Oper am Gänsemarkt waar Christoph Graupner klavecimpbel speelde
De Oper am Gänsemarkt naar een tekening uit 1726.

In Italië verbleef hij voornamelijk in Rome waar hij, ondanks het feit dat hij lutheraan was, sterk in de gunst stond van enkele kerkvorsten. Daar ontmoette hij ook Arcangelo Corelli en de Scarlatti’s, die een sterke invloed op de verdere ontwikkeling van zijn stijl zouden hebben. Tijdens een (vriendschappelijke) wedstrijd tussen Domenico Scarlatti en hemzelf, die moest uitmaken wie van de twee de betere klavicinist en de betere orgelist was, moest Händel in Scarlatti zijn meerdere op klavecimbel erkennen, maar was het publiek het eens over Händel’s superioriteit op orgel. 

Hij reisde ook naar Napels, Firenze en Venetië voordat hij naar Duitsland terugkeerde. Hoewel zijn verblijf in Italië voor zijn verdere ontwikkeling als componist cruciaal was en zijn opera’s er een groot succes was, werd hij in Italië al snel weer vergeten en werden zijn werken nog amper uitgevoerd.

Naar Londen

In 1710 werd Händel kapelmeester van prins Georg van Hannover, die enige tijd later in Engeland tot koning George I zou gekroond worden. Wellicht omdat de prins wist dat hij een goeie kans maakte op de Engelse kroon, of om zijn kansen te verbeteren, stuurde hij Händel naar Londen. Ook daar genoot de jonge componist meteen succes. Vooral zijn ppera Rinaldo, met het aria Lascia ch’io pianga dat nog steeds als één van zijn mooiste aria’s wordt beschouwd, werd er zeer gesmaakt. 

Voor Händel zelf was het verblijf in Londen zodanig meegevallen dat hij bij zijn terugkeer in Hannover zijn permanente verhuis naar de Engelse hoofdstad begon te plannen.

Doorgaans wordt aangenomen dat hij door zijn definitieve verhuis naar Londen contractbreuk gepleegd heeft ten opzicht van zijn werkgever, prins Georg. Wanneer deze dan koning in Engeland werd, zou Händel de Water Music gecomponeerd hebben om terug bij hem in gunst te komen. Deze anekdote verliest echter wat van haar geloofwaardigheid omdat Händel na zijn verhuis op prins Georg’s loonlijst bleef staan. Ze strookt ook niet meteen met het nogal eigenzinnige en trotse karakter van de componist. 

Het is evenzeer mogelijk dat Händel’s verhuis naar Londen paste in de plannen van prins Georg en dat de Water Music bedoeld was als verwelkoming van de nieuwe koning.

Hoe dan ook genoot Händel niet alleen de gunst van de koning, maar ook van verschillende aristocraten. In 1719 richtten enkele edellieden samen met George I de Royal Academy of Music op. Het doel van de Academy was om de opera’s, die in Londen aan populariteit hadden verloren, nieuw leven in te blazen. Händel werd de muzikaal directeur belast met het aanwerven van de beste Italiaanse zangers en zangeressen. Giovanni Battista Bononcini werd de voornaamste componist en tijdens het eerste jaar ook de populairste. Waar Händel de steun genoot van de koning en de aristocraten die de ‘Duitse’ koning goed gezind waren, stonden de andere aristocraten achter Bononcini. Uiteindelijk steeg de faam van Händel ten koste van Bononcini, die na een plagiaat schandaal het land zelfs ontvluchtte.

Niet alleen de concurrentie tussen de componisten die voor de Royal Academy of Music werkten maar ook de onenigheden en jaloezie tussen de zangers onderling zorgden voor meer spektakel op en buiten het podium dan goed was. In 1734 werd de Academy dan ook door haar oprichters weer opgedoekt.

Toch ging Händel niet bij de pakken zitten. In 1734 richtte hij samen met John Rich het Covent Garden Theatre op. Hij bleef opera’s componeren tot 1741, maar gaf steeds meer de voorkeur aan het schrijven van oratorio’s, waaronder zijn wereldberoemde Messiah in 1750. De opbrengst van de Messiah schonk Händel trouwens aan het Foundling Hospital, een wezenhuis.

Laatste jaren

Händel bleef oratorio’s componeren tot 1752. Daarbij maakte hij steeds meer gebruik van Engelse zangers en werden de uitvoeringen steeds theatraler. Steunend op de eeuwenoude Engelse koortraditie, voegde Händel ook steeds meer koren toe aan zijn oratorio’s, waarbij hij zorgde van een afwisseling tussen vertelling (recitativo) en verhaal (aria’s en koren) die voor de nodige dramatiek in zijn werk zorgden.

In 1750 werd hij zwaar gewond tijdens een ongeval in Nederland. Het daarop volgende jaar begon het zicht in één van zijn ogen te minderen. Net als bij Johann Sebastian Bach enkele jaren voordien, maakte een operatie het probleem alleen maar erger en verloor Händel zijn zicht. Hij overleed in zijn huis in Londen op 14 april 1759 en kreeg als enige componist tot dan een staatsbegrafenis. In zijn testament liet hij het aanzienlijke vermogen dat hij verworven had na aan zijn nicht, aan zijn secretaris en aan verschillende liefdadigheden.

Nalatenschap

Hoewel hij minder productief was dan zijn vriend Telemann, liet Händel 42 opera’s na, 29 oratoria, ruim 120 cantates, heel wat kerkmuziek, serenades, odes, anthems, concerten en concerti grossi voor diverse instrumenten.

Hoewel zijn opera’s na zijn overlijden geruime tijd niet meer werden uitgevoerd, geraakte Händel, in tegenstelling tot zoveel van zijn tijdgenoten, niet in de vergetelheid. Zowel Wolfgang Amadeus Mozart als Ludwig van Beethoven koesterden een grote bewondering voor hem, waarbij Mozart zorgde voor een Duitse versie van de Messiah. Verschillende componisten componeerden stukken die geïnspireerd waren op werk van Händel. En zijn Coronation Anthems die hij schreef ter ere van de kroning van George II, staan nu nog steeds op het programma bij een kroning in het Britse koningshuis.

Händel begrijpt de creatie van stemming beter dan wie dan ook. Wanneer hij het wenst, slaat hij toe als een donderslag.

Wolfgang Amadeus Mozart

(Bronnen: Handel, Gottmer Componistenreeks, J.H. Gottmer-Haarlem, 1989 | Händel, De Klassieke Muziek Collectie nr. 6, De Agostino 1995 | Wikipedia)

Deze componist bij Klassiek in de Kapel