Mozart, Wolfgang Amadeus (1756-1791)

Wolfgang Amadeus Mozart is zonder twijfel wereldwijd de beroemdste componist van Westerse klassieke muziek. Hij werd in Salzburg geboren op 27 januari 1756, als jongste van 7 kinderen, waarvan enkel hijzelf en zijn 5 jaar oudere zus Maria Anna “Nannerl” overleefden.

Vader Leopold was muzikant en oogstte vooral succes als muziekleraar. Van hem zijn enkele leerboeken viooltechniek bewaard en een korte bespreking van het gebruik van vibrato op strijkinstrumenten. Zijn voornaamste talent, echter, blijkt vooral in de marketing avant-la-lettre gelegen te hebben, want als geen ander slaagde hij er in om de reputatie van zijn zoon als wonderkind over gans Europa te promoten.

Wolfgang’s aanleg voor muziek werd al op zeer jonge leeftijd duidelijk wanneer hij niet alleen interesse toonde in de muzieklessen die Leopold aan Nannerl gaf, maar er ook heel vlot aan deel kon nemen. Toen hij nog maar 3 jaar oud was, kon hij al korte muziekstukjes op de piano correct naspelen en al snel werd musiceren zijn grootste passie. Op zijn vijfde zou hij zijn eerste compositie aan zijn vader gedicteerd hebben. Uiteraard is de vraag in welke mate Leopold heeft meegeschreven aan deze eerste werkjes.

Wolfgang Amadeus Mozart
Wolfgang Amadeus Mozart rond 1790

Het wonderkind op tournee doorheen Europa

Ook op zijn vijfde speelde Wolfgang, samen met zijn zus, voor het eerst voor een publiek in Salzburg. Het jaar daarna, in oktober 1762, waren de Mozarts te gast in het keizerlijk paleis van Schönbrunn in Wenen. Na hun optreden voor de keizerlijke familie zou de 6-jarige Wolfgang naar keizerin Maria Theresia zijn toegelopen, en op haar schoot gekropen zijn om haar te omhelzen. Wellicht was het daarna dat Mozart in één van de gangen van het paleis viel. Eén van de aanwezige prinsessen hielp hem daarbij terug opstaan, waarop hij haar ten huwelijk vroeg. Deze prinses was niemand minder dan aartshertogin Antonia, de onfortuinlijke latere koningin van Frankrijk, Marie Antoinette! 

Mozart, Wolfgang Amadeus (1763)
Mozart, Wolfgang Amadeus in 1763

Het jaar daarna, in juni 1763, begon de grote tournee van de Mozarts doorheen Europa die 3 jaar zou duren. Tijdens deze tournee reisden Leopold, Nannerl en Wolfgang van het ene hof naar het andere te beginnen met de Duitse vorstendommen. Op weg van Luik naar Brussel, verbleven de Mozarts in oktober 1763 een nacht in De Tinnen Schotel op de Grote Markt van Tienen.

Vanuit Brussel reisde het gezin door naar Parijs en het Versailles van Lodewijk XV. 

Van daar ging de reis via Dover verder naar Londen, waar Mozart Johann Christian Bach ontmoette, het 18de kind van Johann Sebastian wiens tijd in Londen hem  de bijnaam “Londense Bach” opleverde.

Terug op het vasteland ging de reis verder via Gent en Antwerpen naar Rotterdam, Den Haag en Amsterdam, waar Wolfgang een aantal variaties componeerde op het lied “Willem van Nassau” bij de gelegenheid van de inhuldiging van stadhouder Willem V.

Na een verdere rondreis doorheen de Nederlanden, keerden de Mozarts via Parijs en München in 1766 weer terug naar Salzburg. 

Tussen 1769 en 1773 reisde Wolfgang, samen met zijn vader, 3 keer naar Italië. Tijdens hun eerste reis woonden de Mozarts in Rome een uitvoering bij van het Miserere van de componist Allegri, een werk waarvan de partituur naar verluid niet mocht gekopieerd worden. De rebelse Wolfgang maakte er echter wél een partituur van op basis van wat hij gehoord had, die zodanig goed was dat de paus hem in juni 1770 de Orde van de Gulden Spoor gaf.

Tijdens de volgende reizen in Italië behaalde hij een diploma’s academies  van Verona en Bologna. In Bologna begon hij ook te werken aan de opera Mithridate, die in december 1770 in Milaan met veel succes werd uitgevoerd.

Van wonderkind naar rebels genie

De onophoudelijke reizen eisten niet alleen regelmatig hun tol van de Mozarts, maar resulteerden in 1777 ook in het ontslag van Leopold. In München werd Wolfgang uitgenodigd bij de Webers in Mannheim, waar hij de oudste dochter, Aloysia, tevergeefs zangles gaf. Zelf wou hij langer blijven, want hij was hopeloos verliefd geworden op zijn studente, maar na een aanmaning van Leopold reisde hij samen met zijn moeder, Anna Maria, toch verder naar Parijs in de hoop om daar een degelijke aanstelling te vinden.

De reis verliep echter niet zoals gehoopt. Niet alleen vond Mozart er amper betaald werk, zijn moeder werd ziek en overleed er in juli 1778.

Onderweg terug, verbleef Mozart opnieuw enige tijd bij de Webers, die intussen naar München verhuisd waren. Intussen was het duidelijk dat de gevoelens die hij voor Aloysia had, niet wederkerig waren. Toch moest Leopold er opnieuw op aandringen dat Mozart naar huis zou komen. Daar had hij immers voor zijn zoon een betaalde baan kunnen bekomen aan het bisschoppelijk hof waar hij instond voor het onderricht van het jongenskoor en het componeren van kerkelijke en seculiere muziek. Dat deze aanstelling Mozart niet meteen goed af ging, is duidelijk uit de vele conflicten die hij met zijn toenmalige werkgever had. In 1781, tijdens een verblijf in Wenen, liep de ruzie zelfs zodanig op, dat Mozart prompt werd ontslagen. De jonge componist had nu wat hij wenste en nodig had: de vrijheid om zijn eigen weg te banen.

De Weense jaren

Mozart had besloten dat hij in Wenen zou blijven, en vond andermaal onderdak bij de Webers, die intussen vanuit München naar Wenen verhuisd waren. Dit was helemaal niet naar de zin van Leopold, die vreesde dat de weduwe Weber zou proberen om één van haar dochters aan zijn zoon te koppelen. Een vrees die bewaarheid werd wanneer Wolfgang, zonder toestemming van zijn vader, op 4 augustus 1782 met Constanze Weber in het huwelijk trad. Hoewel Leopold’s schriftelijke toestemming daags nadien volgde, bleef de relatie tussen Mozart en zijn vader moeilijk.

Desondanks ging het die jaren Mozart voor de wind. Hij verdiende met les geven en zijn opera Die Entführung aus dem Serail die op 16 juli 1782 in première was gegaan, was een groot succes. Hij genoot ook de steun van baron Gottfried van Swieten, die hem kennis liet maken met de werken van onder meer Händel wiens Messiah hij enkele jaren later van een Duitse versie zou voorzien. In 1784 startte hij, wellicht onder de impuls dat een muziekuitgever zijn werken wou publiceren, met een chronologische lijst van zijn composities die hij tot het einde van zijn leven zou blijven aanvullen.

Rond zijn opera Le Nozze Di Figaro uit 1786 ontstond dan weer heel wat controverse. Om te beginnen was er de keuze van het onderwerp. Het libretto van de opera was immers gebaseerd op een toneelstuk dat, omwille van de maatschappelijke aanklacht die het bevatte, verboden was. Om dit verbod te omzeilen, werden enkele stukken uit het oorspronkelijke toneelstuk vervangen door minder gevoelige passages. Zo werd de aanklacht tegen een erfelijke aristocratie uit het toneelstuk, in het libretto vervangen door een aria dat overspelige vrouwen veroordeelt. Hierdoor werd de opera-versie van het toneelstuk wel aanvaardbaar.

Maar er was meer dan alleen maar het thema van de opera. Zo had Mozart ook een korte ballet passage voorzien die tijdens de opera uitgevoerd moest worden, terwijl dit door de immer bemoeizuchtige keizer Jozef II verboden was. Uit vrees voor de reactie van de keizer scheurde de directeur van het operagebouw de betrokken passage uit het libretto, waarop Mozart het ballet gedeelte tijdens de generale repetitie, die door de keizer werd bijgewoond, zonder muziek liet uitvoeren. 

De première vond, met enige vertraging, uiteindelijk plaats op 1 mei 1786 en werd door het publiek met veel enthousiasme ontvangen. De keizer zelf was minder enthousiast en vond het allemaal wat te lang duren. Hij verbood dan ook de uitvoering van sommige passages uit de opera tijdens de herhalingen.

Ondanks deze aanvaring met de keizer, stelde deze Mozart in 1787 -het jaar waarin ook Leopold kwam te overlijden- aan tot königlich und kaiserlich Kammerkompositeur, een aanstelling die hem niet alleen van meer inkomsten voorzag, maar die ook zijn aanzien sterk verhoogde. Datzelfde jaar ging Don Giovanni in première in Praag. Hoewel de opera het in Praag zelf goed deed, sloeg hij niet aan bij het publiek in Wenen en werd er slechts enkele keren uitgevoerd.

Ziekte en nalatenschap

Mozart bleef in ijl tempo componeren en bracht na Don Giovanni nog enkele opera’s uit waaronder Die Zauberflöte, die op 30 september 1791 in première ging, zijn laatste was. Hoewel zijn gezondheid op dat ogenblik al sterk achteruit was gegaan, aanvaardde hij ook de opdracht om een Requiem te schrijven. 

Hoewel het even leek dat hij aan de beterhand was, overleed Mozart, net geen 36 jaar oud, op 5 december om vijf voor één. Hij werd begraven in een eenvoudig graf op het Sankt Marxer Friedhof. Enkele dagen later werden de delen van het Requiem die hij had voltooid, tijdens een herdenkingsmis voor hem uitgevoerd.

Over de doodsoorzaak van Mozart bestaan heel wat verschillende theorieën, te beginnen met die van de componist zelf die meende dat hij vergiftigd was. Wellicht lagen zijn exuberante levensstijl en de slechte medische zorgen eerder aan de basis van zijn ziekte en overlijden. Zijn levensstijl had ook voor een berg schulden gezorgd die hij Constanze en hun twee overlevende kinderen naliet.

Het muzikale nalatenschap van Mozart is aanzienlijk. Hij is één van de weinige, zo niet de enige, componist die in elk genre dat tijdens zijn leven bestond, succes heeft geoogst, waar de meeste andere componisten voor en na hem, hun succes voornamelijk aan enkele specifieke genres danken. Het is dan ook niet voor niets dat ook nu, meer dan 2 eeuwen later, Mozart één van de bekendste en meeste geliefde klassieke componisten is.

(Bron: Wikipedia)

Deze componist bij Klassiek in de Kapel