Johann Sebastian Bach in 1746

De Cello Suites van Back (BWV 1007-1012)

De Cello Suites van Bach zijn een reeks van 6 suites voor onbegeleide cello die de grootmeester tussen 1717 en 1723 componeerde. De oorspronkelijke manuscripten van de componist zelf -de zogenaamde autografen– zijn helaas niet bewaard en de suites zijn enkel bekend via een aantal kopieën, waaronder die van Bach’s tweede echtgenote, Anna Magdalena. Hierdoor is het niet helemaal zeker wanneer en in welke volgorde de suites effectief geschreven worden. Meer nog, door de onderlinge verschillen tussen de diverse kopieën, wordt ook de nauwkeurigheid van de kopieën in vraag gesteld. Daarbij zou, volgens sommige onderzoekers, zelfs de kopie van Anna Magdalena eerder gebaseerd zijn op andere kopieën dan op het originele handschrift. De stellingen dat de kopie van Anna Magdalena correct is, of dat het niet Bach zelf was maar zijn echtgenote die de suites componeerde, wordt door de meeste kenners -voornamelijk op basis van gebrek aan bewijs- verworpen.

Door de kopieën met elkaar te vergelijken, en daarbij zowel te kijken naar de punten waar de partituren van elkaar verschillen als waar ze met elkaar overeenkomen, is er een consensus over een versie waarvan men aanneemt dat zij het dichtst aanleunt bij wat de componist zelf heeft neergeschreven.

De suites

Tijdens de late barok bestond een suite doorgaans uit een prelude gevolgd door een aantal melodieën die qua naam en ritmiek teruggrijpen naar een aantal Franse dansen. Voor zijn cello suites koos Bach ervoor om steeds dezelfde structuur te hanteren: op de prelude volgen, in deze orde, een allemande, courante, sarabande, galanteries en, als afsluiter, een gigue. 

De Cello Suites: BWV 1007-1012

Componist: Johann Sebastian Bach

Compositiejaren: 1717 – 1723

Voorpagina van het boek met de Cello Suites van Bach
Voorpagina van Anna Magdalena Bach's boek met de Cello Suites van haar echtgenoot.

Het is enkel in de galanteries dat de componist in de vaste structuur wat variatie brengt. In de eerste twee suites zijn dit twee menuetten, in de volgende twee, twee bourrées en in de laatste twee, twee gavottes. Deze vaste structuur lijkt erop te wijzen dat Bach zijn cello suites als één geheel beschouwde, waarbij de variaties in de galanteries niet enkel voor een muzikale afwisseling zorgen, maar ook aangeven dat de suites per twee ook samen horen.

De ene violoncello is de andere niet

Hoewel de titel van Anna Magdalena’s kopie (‘6 Suites a Violoncello sensa Basso composées par Sr. J.S. Bach, Maître de Chapelle‘) duidelijk vermeldt dat de suites voor ‘violoncello’ werden gecomponeerd, en ze sinds hun herontdekking voornamelijk op een ‘klassieke’ of een ‘barok’ cello worden uitgevoerd, is het niet duidelijk voor welk type ‘violoncello’ de componist zijn suites bedoelde. In Bach’s tijd, immers, werd deze term gebruikt voor enkele verschillende types strijkinstrumenten in het bas/tenor-bereik: van de viola da gamba, die (net zoals de latere cello) tussen de knieën wordt gehouden tot de viola da spalla, die met een riem om de schouder als een gitaar wordt gedragen. Ook het aantal snaren van de ‘violoncello’ lag in Bach’s tijd nog niet helemaal vast, en het lijkt wel alsof de vijfde suite voor een instrument met vijf snaren bedoeld was. Het is misschien geen toeval dat de grootmeester precies van deze vijfde suite ook een arrangement voor luit componeerde.

Herontdekking van een verloren reeks meesterwerken

Wellicht omdat de suites eerder aanvoelen als études en bijzonder complex zijn om te spelen, bleven ze tot aan het begin van de 20ste eeuw grotendeels onbekend. Het was de beroemde Puerto-Ricaanse cellist Pablo Casals die, nadat hij in 1889, op 13-jarige leeftijd, een kopie van de werken ontdekte in een tweedehandswinkeltje in Barcelona, de suites opnieuw onder de aandacht wist te brengen. Toch zou het nog tot 1936 duren vooraleer hij ook voor de eerste opnames van de suites zorgde.

Sindsdien zijn de 6 cello suites van Bach, en vooral de populaire prelude uit de eerste suite, niet meer weg te denken uit het klassieke cello repertorium.

(Bron: Wikipedia)