Joseph Bologne de Saint-Georges (1745-1799)

De multi-getalenteerde Joseph Bologne de Saint-Georges is wellicht één van de meest opmerkelijke figuren uit de Franse muziekgeschiedenis. Hij werd op 25 december 1745 in Guadeloupe als zoon van de Franse landeigenaar Georges Bologne de Saint-Georges, en de toen 17-jarige Afrikaanse slavin Nanon. Hoewel Georges Bologne getrouwd was, erkende hij Joseph als zijn zoon, gaf hij hem zijn familienaam en zorgde hij ervoor dat Joseph een uitmuntende opleiding kreeg.

Een nobele opvoeding

In 1753 stuurde Georges zijn zevenjarige zoon naar een kostschool in Angoulème in Frankrijk, onder de hoede van zijn oom, Pierre. Twee jaar later vervoegden Georges en Nanon hun zoon en namen ze hun intrek in een ruim appartement in Parijs.

Op zijn 13de werd Joseph ingeschreven in de schermschool van Texier de La Boëssière nabij het Louvre, waar hij leerde paardrijden en schermen. Binnen de kortste keren blonk hij uit in deze school en klopte hij niet alleen zijn medeleerlingen maar ook de schermmeester van Rouen die “Boëssière’s parvenu mulat een lesje wou leren”.

Er is weinig tot geen informatie beschikbaar over de muzikale educatie van Saint-Georges. Gezien zijn opmerkelijke virtuositeit als volwassene, lijkt het redelijk aannemelijk dat hij in zijn jeugd intensief moet hebben getraind op de viool, wellicht onder de begeleiding van een andere vioolmeester. 

In koninklijke kringen

Enkele jaren eerder, maar ten laatste in 1766 toen hij in de schermschool afstudeerde, werd hij Gendarme du Roi, lijfwacht van de koning, Lodewijk XV en kreeg hij de titel van chevallier. Hij wist met zijn degenkunsten ook indruk te maken op verschillende historische figuren, waaronder de spion Chevallier d’Eon en Louis Philippe II d’Orleans, een nauwe verwant van de koning die zich tijdens de Franse Revolutie Philippe Egalité zou noemen.

Behalve een meester in paardrijden en de degenkunsten, viel Saint-Georges eveneens op als een zeer getalenteerd muzikant. Al bij zijn eerste publieke optreden, als violist in het Concert des Amateurs in 1769, verraste Saint-Georges het publiek met een beheersing van de viool die zijn kunnen met de degen en te paard zeer vlot evenaarde. In 1772 speelde hij voor het Concert des Amateurs de solo-viool en het jaar erna volgde hij de oprichter van het ensemble, François-Joseph Grossec op als dirigent. Onder zijn leiding groeide het orkest uit tot het beste van Parijs, en volgens sommigen zelfs van Europa.

Saint-Georges’ eerste gekende composities zijn een aantal strijkkwartetten, geïnspireerd op Haydn, die hij in 1770 of 1771 schreef. Datzelfde jaar al, droeg de Duits-Tsjechische componist Carl Stamitz zes van zijn eigen strijkkwartetten op aan Saint-Georges.

Joseph Bologne de Saint-Georges
Portret van Joseph Bologne de Saint-Georges uit 1788

In 1776 werd Saint-Georges voorgesteld als directeur van de Paris Opéra, die zowel financieel als artistiek in het slop zat. De post ging uiteindelijk naar Antoine Dauvergne, naar verluid nadat drie diva’s hun beklag bij koningin Marie Antoinette hadden gedaan dat hun “eer het niet toeliet im instructies van een mulat te krijgen”. Nochtans stond de koningin zelf niet afkerig tegen Saint-Georges, wiens concerten ze regelmatig bijwoonde. Als violist was Saint-Georges overigens ook wel te gast in het theaterzaaltje van het Petit Trianon, het buitenverblijf van Marie Antoinette, waar hij, door de koningin zelf op piano forte begeleid, zijn werken aan haar vriendenkring voorstelde.

Ondanks de tegenwerking die hem zijn aanstelling bij de Paris Opéra had gekost, richtte Saint-Georges zijn aandacht steeds meer op de opera. Zijn eerste bijdrage aan dit genre, Ernestine, op een libretto van Pierre Choderlos de Laclos, ging op 19 juli 1777 in de Comédie Italienne in première maar was, ondanks de steun van de koningin en haar entourage, een flop. Daarbij werd niet zozeer de muziek onder vuur genomen, maar het libretto.

De mislukte opera bracht Saint-Georges enige geldzorgen. Onder de indruk van zijn kunnen wierf wierf Madame de Montesson, de echtgenote van Louis Philippe I d’Orléans, hem aan als muzikaal directeur van haar eigen privé theater. 

D’Orléans zelf benoemde hem daarenboven tot luitenant de la chasse van zijn jachtgebied in Raincy, wat hem een extra salaris van 2000 livres per jaar opleverde. In Raincy componeerde Saint-Georges zijn tweede opera, La partie de chasse. De première, die op 12 oktober 1778 in de Comédie italienne in Parijs plaats vond, was, in tegenstelling tot Ernestine, een denderend succes. Het applaus was overweldigend, de kritieken lovend en de koningin vroeg zelfs een privé uitvoering in het paleis van Marly!

Aangemoedigd door dit succes, begon Saint-Georges aan zijn volgende opera, L’amant anonyme. In deze opera vertelt hij het verhaal van Léontine, een jonge weduwe, en haar geheime aanbidder die haar overlaadt met geschenken en liefdesbrieven. Het libretto was gebaseerd op een gelijknamig toneelstuk van Madame de Genlis, een nicht van zijn beschermvrouw, Madame de Montesson. Het was dan ook passend dat de opera op 18 maart 1780 in première ging in het privé theater van de Montesson. Het zou niet alleen zijn meest succesvolle opera zijn, maar ook de enige die volledig bewaard is gebleven. Van zijn twee eerste opera’s werden enkele stikjes bewaard van zijn volgende helemaal niets.

In 1781, na de publicatie van de Compte rendu die de slechte financiële staat van het land onthulde, moest het Concert des Amateurs van Saint-Georges worden ontbonden door geldgebrek. Opnieuw snelde d’Orléans zijn vriend te hulp, en bracht hij het  Concert des amateurs onder in de exclusieve vrijmetselaars, de Loge Olympique. Bestaande uit de beste musici van Parijs die lid konden worden van de Vrijmetselaars, werd het orkest hernoemd naar Le Concert Olympique en ondergebracht in het theater van het Palais Royal in het centrum van Parijs. 

Met het overlijden van d’Orleans in 1785 verloor Saint-Georges een van zijn voornaamste beschermers. Meer nog, Lodewijk XVI had aan de weduwe van d’Orleans, Madame de Montespan, verboden om te rouwen -wellicht omdat zij van ‘lagere’ herkomst was-, waardoor zij zich genoodzaakt zag haar privé theater te sluiten. De zoon en opvolger van de overleden hertog, Louis Philippe II, nam de componist daarop zelf onder zijn vleugels. De nieuwe hertog besloot ook om het Palais Royal te renoveren, waardoor het Concert Olympique tijdelijk op andere andere locaties dienden te spelen. Zo werden de symfonieën die Saint-Georges in 1786 bij Haydn had besteld, uitgevoerd in het Tuilerieën paleis, met Saint-Georges zelf als dirigent.

De Franse Revolutie

In 1787 en 1789 reisde Saint-Georges naar Londen, waar hij contact had met een beweging die de slavernij wou afschaffen. Hij maakte van de gelegenheid gebruik om zowel zijn degenkunsten als zijn vaardigheden als muzikant te tonen. Bij de terugkeer van zijn tweede reis stond Frankrijk in rep en roer. De koninklijke familie was uit Versailles weggevoerd en in het Tuilerieën paleis ondergebracht terwijl Assemblée Nationale, die de Staten Generaal verving, debatteerde over de toekomst van het koningshuis en het land.

Eind 1790 sloot werd Saint-Georges in Rijsel lid van de Garde Nationale, wat hem echter niet weerhield om te componeren en concerten te geven. Toch stond een deel van de bevolking, door zijn banden met het koningshuis en met Louis Philippe II, die als Philippe Egalité ondanks het feit dat hij de kant van de revolutie had gekozen, eind 1793 toch werd geëxecuteerd, wantrouwig tegenover Saint-Georges. Dit wantrouwen bracht hem kort na de executie van Philipe Egalité zelf ook in de gevangenis, maar na 11 maanden opsluiting werd hij in oktober 1794 weer vrijgelaten. Hij werd, samen met tal van anderen, uit het leger gezet, waardoor muziek zijn enige bron van inkomsten werd.

Zijn laatste jaren leefde Saint-Georges in armoede. Hij negeerde gezondheidsproblemen, waaronder een zweer aan zijn blaas, die hem op 9 juni 1799 fataal werd. Hij werd begraven op het Cimetière Sainte-Marguerite.

Muzikaal nalatenschap

Saint-Georges was, ondanks al zijn andere bezigheden, als componist zeer productief. Hij bracht verschillende opera’s voort, also ook tal van symfonieën, viool concertos, kamermuziek en vocale muziek. Slechts een deel van zijn uitgebreide oeuvre is bewaard gebleven, volgens sommige biografen omdat Napoleon het zou laten vernielen hebben, maar hier is geen bewijs voor.

Bij het ruime publiek geraakte Saint-Georges in de vergetelheid, terwijl hij in de eerste plaats in ‘hogere’ kringen herinnerd werd voor zijn schermkunsten. Als componist kwam hij vanaf het einde van de 20ste eeuw terug in de belangstelling, onder meer door de geromantiseerde biografische film Chevallier uit 2022. 

Sinds eind vorige eeuw zijn verschillende van de composities die van Saint-Georges bewaard zijn gebleven, opgenomen en worden ze ook regelmatig opnieuw uitgevoerd. 

(Bron: Wikipedia)

Compagnie Trespugliese

Het gezelschap Trespugliese bestaat uit de Argentijnse tangodansers Sebastian Ovejero, oorspronkelijk afkomstig uit het noordwesten van Argentinië, en Marie Quilly, die opgroeide in Bretagne.
Na ongeveer tien jaar in Spanje te hebben gewoond, besloten Sebastian en Marie zich in Frankrijk te vestigen terwijl ze hun tournees voortzetten met verschillende muziekgroepen in Spanje en Frankrijk, maar ook in Portugal, Rusland, Israël en Argentinië.
Ze deelden onder meer het podium met gitarist Lakmal Peiris in Madrid of met Proyecto Tamgú tijdens het Granada International Tango Festival (Spanje). Ze hebben La Porteña Tango Trío meerdere malen begeleid op internationale tournees. Ze werkten samen met de alternatieve tangogroep Galeon Tango en met het Théâtre équestre de Bretagne.
Momenteel worden ze opgemerkt op de Franse podia als dansers van het klassieke muziekduo Fortecello en het tangotrio Fortecello Project.

Ze bieden ook verschillende dansshows aan die zijn aangepast aan alle soorten publiek, ruimtes en logistiek, en bieden regelmatig workshops en cursussen aan voor verschillende tangostructuren en festivals in Frankrijk en elders.

Carmela Delgado

Carmela Delgado werd in 1991 in Parijs geboren en studeerde aan het Conservatorium van Gennevilliers en in Argentinië. Ze treedt op in gerenommeerde concert- en operahuizen, waaronder Straatsburg, Mulhouse en Rennes, en speelt tangomuziek zoals “Maria de Buenos Aires” en “MisaTango”. Ze werkt samen met ensembles als L’Orchestre de Bretagne en L’Orchestre Lutetia.

Internationaal trad ze op in Praag met “Maria de Buenos Aires”. In Argentinië werkte ze met muzikanten als Ramiro Gallo en Rudi Flores. Carmela focust op tango en improviseert en speelt kamermuziek in diverse ensembles zoals Cuarteto Lunares en EOS.

Ze onderzoekt Argentijnse folklore en flamenco, werkt samen met haar vader Manuel Delgado, en tourde in 2018 door China met het Franse chanson-ensemble Canaille de Panam. Carmela doceert bandoneon aan het Conservatorium Edgard-Varèse en geeft masterclasses op festivals als Tango de Tarbes en het International Institute for World Music.

Philippe Argenty

Philippe Argenty gaat in 2000 naar de Muziekacademie en verhuist in 2003 naar Parijs om zich op muziek en piano te concentreren. In 2005 begint hij aan het Conservatori Superior de Música van Liceu in Barcelona, waar hij in 2011 afstudeert met een diploma in “Piano Performance” en de hoogste onderscheiding krijgt voor zijn uitvoering van Liszts 2e Pianoconcert.

In 2005 wint hij de 2e prijs op het Grand Concours International de Piano in Parijs. Sinds 2004 treedt hij op in verschillende landen, zowel solo als in kamermuziek. In 2011 gaat hij op tournee met het Barcelona-orkest “ConjuntXXI” en speelt het Liszt 2e Pianoconcert. Hij treedt op bij diverse festivals en speelt in formaties zoals Duo Fortecello en NonStop Tango Trio.

Sinds 2016 organiseert hij festivals en muziekseizoenen, waaronder “Les Clés du Classique” en “Saint Savin Piano & Master Classes Festival”. In 2017 treedt hij toe tot de raad van het Festival Pablo Casals in Prades en is sinds 2008 artistiek manager van Les Clés du Classique. In 2015 is hij jurylid bij de Festival Art Duo in Praag.

Met Anna Mikulska (Duo Fortecello) bracht hij albums uit: “Cello and Piano World Tour” (2015), “Soul of Nations” (2018), en “Chopin: Ange ou Démon?” (2022). Ze tourden door Europa, China en de VS. Met Duo Fortecello werkt hij aan het “Music for All” programma en coacht hij jonge artiesten.

Anna Mikulska

Anna Mikulska-Argenty begon haar muziekstudie op zesjarige leeftijd. In 2005 startte ze aan de Muziekacademie in Krakau en studeerde later aan de Ecole Normale de Musique in Parijs. Ze kreeg advies van bekende cellisten zoals Anner Bylsma en Arto Noras. In 2010 behaalde ze een Master’s degree en een Cello Aptitude Certificate.

Sinds 2005 speelt ze solo met verschillende orkesten, zoals het Symfonieorkest van de Muziekacademie van Krakau en het Young Philharmonic Orchestra. Ze speelde in het Cracow Royal Quartet en vormde in 2011 het Quator Volubilis. Ze trad ook op met Nigel Kennedy’s “Orchestra of Life” en tourde door Europa.

Sinds haar verhuizing naar Frankrijk werkt ze samen met het Limoges and Limousin Orchestra en het orkest van Soirées Lyriques in Sanxay. Ze specialiseerde zich in kamermuziek met formaties zoals Duo Fortecello en Trio Gatti. Haar albums met pianist Philippe Argenty omvatten “Cello and Piano World Tour” (2015), “Soul of Nations” (2018), en “Chopin: Ange ou Démon?” (2022). Ze gingen op tournee in Europa, China en de VS.

Sinds 2015 is ze co-directeur van festivals in Frankrijk en lid van de bestuursraad van het Pablo Casals Festival. Met Duo Fortecello werkt ze aan het “muziek voor iedereen” programma, dat klassieke muziek naar kleine dorpen, ziekenhuizen en scholen brengt. Daarnaast coacht ze jonge artiesten.

Pierre Vopat

Pierre Vopat werd geboren in Luik en studeerde aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel bij Shirly Laub en haar assistenten Frédéric d’Ursel en Kerstin Hoelen. Ook kreeg hij de kans om een ​​jaar te studeren bij de beroemde violist Lorenzo Gatto.
Sinds 2014 is hij lid van de Young Belgian Strings en kreeg hij de gelegenheid om meerdere jaren op rij bij het NJO te spelen. Hij speelde ook met het Wiener Jeugdorkest, het Oostenrijkse Jeugdorkest en het Aurora Symphony Orchestra in Stockholm.
Hij is de winnaar van verschillende wedstrijden in België zoals Belfius Classics, Horlait-Dapsens en Maurice Lefranc. Momenteel bouwt Pierre een muzikale carrière op in België, met name binnen verschillende symfonische orkesten, terwijl hij een zeer intense activiteit in de kamermuziek behoudt.

Jungbin Lim

Jungbin Lim werd geboren in Zuid-Korea. In 2009 studeerde ze met grote onderscheiding af aan de Ewha Women’s University in Seoul, waar ze een leerling was van Young Lim Ham en Sun-gyu Kim.
Ze bracht haar passie voor piano tijdens verschillende concerten met het Korean Catholic Symphony and Chamber Orchestra (2009-2013). Daarnaast begeleidde ze het Accel Youth Orchestra, het Goyang Chamber Orchestra en het Pilgrim Choir.
Sinds september 2016 woont Jungbin Lim in België, waar ze studeerde aan het Koninklijk Conservatorium in Brussel, onder leiding van Boyan Vodenitcharov, waarna ze begeleiding en kamermuziek studeerde.
Momenteel combineert ze haar werk aan het Koninklijk Conservatorium Brussel als begeleider van de celloklas en haar passie voor kamermuziek in het Trio Memento.

Álvaro Quintero

Álvaro Quintero werd geboren in Colombia. Hij begon zijn muziekstudie aan het Tolima Conservatorium in zijn geboortestad en vervolgde zijn muzikale opleiding in Venezuela als deel van het beroemde El Sistema-project, waar hij de kans kreeg om in verschillende orkesten te spelen onder leiding van Gustavo Dudamel.
In 2012 begon hij zijn studies aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel in de klas van Didier Poskin. Vervolgens studeerde hij kamermuziek, wat hem ertoe aanzette om concerten te geven in België en Frankrijk.
Momenteel combineert hij muziekonderwijs als onderdeel van een sociaal-muzikaal project in Brussel met concerten met verschillende ensembles in België, waaronder het Trio Memento.

Marco Mantovani

Marco Mantovani werd in Mantova geboren en studeerde af er aan het conservatorium onder leiding van Antonio Pulleghini met de hoogste cijfers en onderscheidingen. Daarna studeerde hij drie jaar bij Andrea Lucchesini aan “Scuola di Musica di Fiesole”  in Firenze, waar hij cum laude afstudeerde. Hij behaalde zijn Master in ‘Piano Performance’ (2017) en zijn ‘Postgraduate’ diploma (2018), beide met de hoogste onderscheiding, aan het Koninklijk Conservatorium Brussel in de klas van Aleksandar Madzar. In 2017 ontving hij van het Conservatorium de prijs ‘Ingeborg Köberle’ als ‘meest veelbelovende student van het jaar’. Fundamenteel voor zijn artistieke ontwikkeling, zijn ook de adviezen geweest die hij kreeg van de beroemde Portugese pianiste Maria João Pires.

Zijn repertoire reikt van Bach tot Hedendaagse muziek. Zijn passie voor kamermuziek drijft hem ertoe om regelmatig met verschillende musici op te treden en hij is stichtend lid van het “Egmont Chamber Music” ensemble.

Marco Mantovani is assistent-professor piano aan het Koninklijk Conservatorium Brussel, pianoprofessor aan het Conservatoire de Pantin in Parijs en doctoraatsonderzoeker aan het Koninklijk Conservatorium Brussel en de Vrije Universiteit Brussel in het ‘Doctoraat in de Kunsten’.

Evan Buttar

Evan Buttar heeft een gevarieerde en internationale carrière als uitvoerend musicus op zowel de barokcello als de viola da gamba. Hij heeft opgetreden met groepen als het Orkest van de Achttiende Eeuw, Le Concert des Nations, Ensemble Zefiro, PRJCT Amsterdam en Wrocław Baroque Orchestra, en speelt regelmatig met verschillende ensembles, waaronder het Luthers Bach Ensemble, Musica Gloria, Das Neue Mannheimer Orchester en het Butter Quartet, een historisch geïnformeerd strijkkwartet waarvan hij een van de oprichters is. Zijn kamer- en orkestervaringen hebben hem op internationale podia gebracht op talloze festivals, waaronder het Utrecht Early Music Festival, het MA Festival Brugge, Mozartfest Würzburg, Festival Berlioz, Chopin and his Europe Festival, het Innsbruck Festival of Early Music, de Beethoven Academy in Wrocław en de String Quartet Biennale Amsterdam.

Evan begon op jonge leeftijd met muziek maken in Vancouver, Canada. Na het behalen van een bachelordiploma moderne cello aan de Universiteit van Ottawa in 2014, inspireerde zijn fascinatie voor historisch geïnformeerde uitvoeringspraktijken hem om naar Nederland te verhuizen, waar hij momenteel woont. Daar behaalde hij in 2016 een masterdiploma barokcello bij Jaap ter Linden aan het Koninklijk Conservatorium Den Haag en datzelfde jaar begon hij daar aan een tweede masterstudie op de viola da gamba bij Mieneke van der Velden en Philippe Pierlot, die hij in 2018 afrondde.

Evan bespeelt een barokcello van Jakob Weiss (ca. 1745) die hij genereus in bruikleen heeft gekregen uit de collectie van het Nederlands Muziekinstrumenten Fonds.

Pieter De Praetere

Pieter De Praetere is een Belgische contratenor. Als solist legt hij zich vooral toe op barokmuziek. Daarnaast is hij een veelgevraagde figuur in het muziektheater.

Pieter is geboren in een muzikale familie. Op zijn 10de gaat hij stemvorming volgen bij Pascal Devreese in Ronse. Op zijn 16de trekt hij naar countertenor Steve Dugardin in Antwerpen. Tijdens zijn studies Literatuurwetenschappen aan de Universiteit Gent volgt hij les bij Hilde Coppé. Kort daarna trekt hij naar het Koninklijk Conservatorium Brussel bij Lena Lootens.

Als solist heeft Pieter een stevig repertoire opgebouwd. Zo vertolkt hij solistenrollen in Messiah van Händel, Stabat Mater van Pergolesi, Gloria van Vivaldi en een aanzienlijk aandeel van cantates, motetten en oratoria van J.S. Bach. Hiermee staat hij op binnen- en buitenlandse podia. Pieter zingt o.a. met de orkesten Musica Gloria, Il Gardellino, B’Rock, BachPlus, Apotheosis … Met Beniamino Paganini en Nele Vertommen van ensemble Musica Gloria werkt hij al enkele jaren intens samen. Samen brachten ze al enkele succesvolle Europese tournees tot stand en ook dit seizoen staan zij samen op binnen – en buitenlandse podia en in de opnamestudio.
In 2024 debuteert Pieter in de opera: in de Reaktorhalle in München zingt hij een hoofdrol in de operacreatie ‘Invitation to a Beheading’ van regisseur Maria Chagina en componist Leon Zmelty. Met het festival Midsummer Mozartiade en Orchestre Royal de Wallonie zingt hij de rol van Farnace in Mozarts ‘Mitridate, Re di Ponte’ in Brussel, Mons en Namur.

Naast zijn werk als klassiek zanger is Pieter een veelgevraagd figuur in het Vlaamse theaterlandschap. Met Muziektheater Broder toert hij al jaren door België met poëtische familievoorstellingen met en over klassieke muziek (Franzerl, Babushka, Seaking…)

Beniamino Paganini

Beniamino Paganini (°1994) heeft al van jongs af aan een passie voor oude muziek. Op 16-jarige leeftijd startte hij aan beide Koninklijke Conservatoria van Brussel, later aan de conservatoria van Leuven en Den Haag. Hij ontving zijn masterdiploma’s voor Traverso (2016), Klavecimbel (2017), Maestro al Cembalo (2019) en een bachelordiploma Musicologie (2018), allen met grote onderscheiding. Hij studeerde traverso bij Barthold Kuijken, Frank Theuns en Jan De Winne, renaissance fluit bij Kate Clark en Patrick Beuckels, klavecimbel bij Frédérick Haas, Fabio Bonizzoni, Kris Verhelst en Maestro al Cembalo bij Patrick Ayrton en musicologie aan de KU Leuven waar hij eveneens het diploma Educatieve master Cultuurwetenschappen behaalde.

Daarnaast treedt hij ook op met claviorganum, orgel en blokfluit. Door de Belgische Muziekpers werd hij uitgeroepen tot Jonge Musicus van het jaar 2020 en Klara selecteerde hem in 2021 als één van de Twintigers. Hij behaalde meerdere eerste prijzen en ontving de ‘Sonderpreis der Jury’ op de Internationale Telemann Wedstrijd (2021).

Beniamino is oprichter en, samen met Nele Vertommen, algemene en artistieke leider van het barokensemble Musica Gloria. Met dit ensemble speelt hij een dertigtal concerten per jaar voor organisaties als AMUZ (BE), Bachfest Leipzig (DE), BOZAR (BE), Concertgebouw Brugge (BE), De Bijloke (BE), Klara (BE), Les Festivals de Wallonie (BE), MA Festival (BE), Musica Antica (NL) en Trigonale Festival (AT). Ook realiseerde hij met Musica Gloria reeds talrijke video-opnames en cd’s

Verder werkt hij samen met vele andere ensembles zoals Il Gardellino, Scherzi Musicali, B’Rock en La Petite Bande in concerten en opnames. 

Nele Vertommen

Nele Vertommen (°1999) werd reeds als 5-jarige geboeid door oude muziek. Hier werd haar al duidelijk dat ze deze muziek ook zelf wilde kunnen spelen.

Enkele jaren later startte ze met hobolessen bij Korneel Alsteens. Wanneer ze na 2 jaar spelen ontdekte dat de prachtige hobo-solo’s uit de Mattheüs-Passie eigenlijk voor de barokhobo geschreven werden, ontstond het idee om barokhoboïste te worden.

Op haar 14de begon ze met zelfstudie voor barokhobo, waarna ze zich op 15-jarige leeftijd studente kon noemen aan het Koninklijk Conservatorium Brussel, in de klas van Marcel Ponseele. Na een tussenjaar in Den Haag, ontving ze daar haar bachelordiploma met grote onderscheiding. Terug in België voltooide ze haar masterdiploma, eveneens met grote onderscheiding. Kort na haar afstuderen werd ze geselecteerd door Klara om deel uit te maken van hun reeks “De Twintigers”. Omdat ze ook een grote liefde heeft voor vroeger repertoire, werkt ze sinds enkele jaren ijverig aan haar vaardigheden op vroegere dubbelrietinstrumenten.

Samen met haar partner Beniamino Paganini leidt ze Musica Gloria. Dit ensemble treedt op voor organisaties zoals BOZAR (BE), Trigonale (AT), Bachfest Leipzig (DE), AMUZ (BE), Festivals de Wallonie (BE), SHFestival (CZ), Concertgebouw Brugge (BE), TAM Regensburg (DE) en 30CC (BE) en heeft al verschillende cd’s opgenomen. 

Behalve met Musica Gloria, speelt Nele regelmatig met ensembles als Il Gardellino (BE), A Nocte Temporis (BE), La Chapelle Harmonique (FR), Collegium Marianum (CZ), Gli Angeli Genève (CH), Le Poème Harmonique (FR), Utopia Orchestra (DE) en Concerto Köln (DE).