Georg Friedrich Händel

De Coronation Anthems van Händel

Hoewel heel wat componisten werken schreven ter gelegenheid van de kroning van een monarch, zijn de Coronation Anthems van Händel wellicht de meest beroemde en meest uitgevoerde. Gebaseerd op passages uit de King James Bible schreef Händel dit meesterwerk voor de kroning van koning George II van Engeland in 1727. Sindsdien wordt het bij zowat elke kroning van een nieuwe monarch in het Verenigde Koninkrijk uitgevoerd, en natuurlijk ook bij andere gelegenheden.

Coronation Anthems: HWV 258-261 

Genre: Orkestraal met koor

Componist: Georg Friedrich Händel

Compositiejaar: 1727

Première: London, 11 oktober 1727

Coronation Anthems van Händel bij de kroning van George II
De Coronation Anthems van Händel werden voor het eerste uitgevoerd tijdens de kroning van George II.

Händel kreeg de opdracht om muziek te schrijven voor de kroning van George II bij het overlijden van diens voorganger, George I, bij wie de componist bijzonder in gunst had gestaan. Een gunst die Händel natuurlijk ook onder de nieuwe koning wou blijven genieten. 

Voor een grootse gebeurtenis als de kroning van de nieuwe koning, koos Händel ook voor grootse muziek: het koor van de Chapel Royal werd met maar liefst 47 zangers uitgebreid voor deze gelegenheid. Ook het aantal instrumenten werd drastisch verhoogd, waardoor ook het orkest uitgebreid moest worden. De kroning zou immers plaats vinden in de beroemde Westminster Abbey, een grote Gotische hal met hoge gewelven, waar de muziek tot haar recht moest komen.

Daarbij kweet Händel zich zodanig goed van zijn opdracht, dat hij niet alleen de gunst bleef behouden van de nieuwe koning maar ook dat zijn Coronation Anthems de standaard zouden worden bij volgende kroningen.

De Coronation Anthems in het kort

Voor zijn Coronation Anthems koos Händel vier passages uit de King James BibleLet Thy Hand Be StrengthenedZadok the PriestThe King Shall Rejoice en My Heart Is Inditing. Dat laatste deel werd ook door Henry Purcell gebruikt in zijn versie van de de Coronation Anthems. In latere uitvoeringen wordt de volgorde van de delen lichtjes aangepast, en wordt Zadok The Priest aan het begin van de uitvoering gezet.

De tekst van Zadok The Priest verwijst naar de zalving van de bijbelse koning Salomon door de priester Zadok en werd al sinds de middeleeuwen gebruikt tijdens de kroningsceremonieën. Het stuk wordt orkestraal ingezet, eerst zachtjes, dan aanzwellend en net wanneer het orkest weer wat zachter speelt en zo de verwachting nog wat rekt, neemt het voltallige koor luidkeels de muziek over. Voor het middelste deel van dit stuk, And All The People Rejoiced, stapt Händel even van de 4/4 naar de 3/4 maat over om bij God Save The King naar de 4/4 maat terug te keren, waarna het koor eindigt met een Halleluiah.

Voor de tekst van Let Thy Hand Be Strengthened worden verzen 13-14 van Psalm 89 gebruikt. Het stuk begint in de opgewekte toonaard van G groot, met een langzamer en melancholischer middenstuk in e mineur, om af te sluiten met een Halleluiah in G groot.

Ook het volgende anthemThe King Shall Rejoice, waarvan de tekst gebaseerd is op verzen 1-3 en 5 van Psalm 21, bestaat uit enkele kleinere delen. Het eerste deel zet in de toonaard van D groot feestelijk en zelfs aan, en beschrijft hoe de koning zich verheugt in de macht van God. Het tweede deel is in A groot nog steeds opgewekt, maar wat zachter, waarbij trompetten en percussie plaats ruimen voor een speelse dialoog tussen de hoogste en de diepste strijkinstrumenten. Het derde deel begint opnieuw in de feestelijke toonaard van D groot, maar eindigt in een fuga in b mineur die de overgang maakt naar het vierde en laatste deel, een dubbele fuga in D groot die eindigt op een triomfantelijke Halleluiah.

Voor het laatste anthemMy Heart Is Inditing herwerkte Händel de tekst die Purcell in 1685 had gebruikt voor de kroning van James I, en paste die aan voor de kroning van koningin Caroline, de echtgenote van George II. Meer geraffineerd dan de 3 vorige anthems, opent dit stuk niet met luide trompetten maar met solo-zang dat even later in dialoog gaat met het koor. Opnieuw begint het stuk in de feestelijke toonaarden van D en A groot, maar het derde stuk gaat over naar E groot, en evoqueert op die manier een meer “vrouwelijke” sfeer, vooraleer hij weer terugkeert naar de laatste beweging, opnieuw in het triomfantelijke D groot om met grote fanfare en blazers af te sluiten.

De 4 anthems, elk onderverdeeld in kleinere bewegingen, vormen op deze manier een sluitend geheel, waarbij elk stuk werd gebruikt bij een specifiek onderdeel van de kroningsceremonie. Samen vieren ze de kroning van de koning op een zodanig triomfantelijke manier, dat het niet mag verbazen dat volgende monarchen besloten om ze ook voor hun eigen kroning te gebruiken.  En hoewel ze misschien niet representatief zijn voor het gros van het werk van Händel, werden ze op deze manier ook wel wat de bekroning van zijn eigen oeuvre.

(Bron: Wikipedia)