fbpx
Monteverdi (klein)

L'Orfeo van Monteverdi

L’Orfeo van Monteverdi wordt vaak beschouwd als de eerste (volwaardige) opera in de Westerse muziekgeschiedenis en meer nog, het jaar waarin het stuk voor het eerst werd uitgevoerd, 1607, wordt gezien als het begin van de periode van de barok muziek! Hoewel het belang van L’Orfeo niet mag onderschat worden, is dit een beeld dat toch enigszins bijgesteld moet worden. 

L’Orfeo: SV 318

Genre: Opera

Componist: Claudio Monteverdi

Première: Mantua, carnaval 1607

De eerste opera, of toch niet helemaal?

De stromingen die uiteindelijk aan de basis zouden liggen van het ontstaan van de opera én van de barok muziek, waren al enige tijd voor L’Orfeo bezig. Enerzijds experimenteerden sommige componisten, waaronder Peri en Monteverdi, met een nieuwe stijl waarbij muziek moest dienen om aan het gezongen woord meer uitdrukkingskracht te geven. Anderzijds was er aan sommige hoven, zoals in Firenze en Mantua, steeds meer vraag naar muziek die als interludium tussen de verschillende delen van een toneelstuk zou gebracht worden. Deze muziek, gekend als intermedio werd tegen het einde van de 16de eeuw steeds uitvoeriger en in 1598 combineerden Corsi en Peri voor hun Dafne madrigaalzang, solo-zang, instrumentale muziek en dans tot één dramatisch geheel. En met Dafne werd de opera, toen ook ‘muzikaal theater’ genaamd, geboren.

Het ontstaan van L'Orfeo

Het nieuwe genre werd razendsnel populair aan verschillende hoven, waaronder dat van de hertog van Mantua. Na het bijwonen van Peri’s nieuwste ‘muzikaal theater’ of ‘opera’, Euridice, in oktober 1600 in Firenze, herkende de hertog het potentieel van het genre om het prestige van zijn hof te verhogen.

Bij deze was ook Alessandro Striggio, een jonge advocaat en beroepsdiplomaat aan het hof van de hertog van Mantua, aanwezig, en hij was het die wellicht in de loop van 1606 aan de slag ging aan het libretto van L’Orfeo, misschien zelfs eerder. Voor dit libretto inspireerde hij zich op de klassieke geschriften van Ovidius en Virgilius, maar ook op bestaande libretto’s, zoals dat van Euridice

Monteverdi, al meer dan 16 jaar in dienst van het hof van Mantua, componeerde natuurlijk de muziek voor Euridice. Zijn genie lag niet zozeer in het gebruik van iets compleet nieuws, maar eerder in het samenbrengen van oudere en innovatieve stromingen, waar hij zelf een voorstander van was. Hierbij streefde hij naar een geheel waarbij zowel de tekst als de muziek dienden ter ondersteuning van de expressie en het verhaal. Ook de keuze van de instrumenten speelt, hoewel niet strikt, een rol in het verhaal. Zo worden er voor de pastorale scenes meer strijkinstrumenten, harpen, orgels en fluiten gebruikt, terwijl de voorkeur naar koperblazers gaat voor de taferelen in de onderwereld.

L'Orfeo van Monteverdi in een notendop

L’Orfeo van Monteverdi vertelt, in vijf aktes, het verhaal van de klassieke held Orfeos, een muzikant voor wie het noodlot toeslaat wanneer zijn geliefde bruid, Euridice, gebeten wordt door een slang en sterft. Vastberaden trek Orfeos de Onderwereld in, waar hij er met zijn betoverende muziek in slaagt Persephone en Hades, de koning van de Onderwereld, te overtuigen om Euridice naar de wereld van de levenden terug te laten keren.

Hades koppelt echter  een voorwaarde aan zijn instemming: Orfeos mag, zo lang ze nog in de Onderwereld zijn, niet omkijken om zijn bruid te zien. Maar Orfeos kan zijn nieuwsgierigheid weerstaan en terwijl ze uit de Onderwereld weglopen, keert hij zich om en ziet hij Euridice, die hij voor de tweede keer verliest. Hij tracht haar nog te volgen, maar een onzichtbare kracht rukt hem van haar weg.

Terug in de wereld van de levenden, alleen, beklaagt Orfeos zich zijn droeve lot en zweert hij nooit nog van iemand te houden. Daarop daalt Apollo neer uit de hemel, die Orfeos opdraagt om met hem mee te gaan om de beeltenis van Euridice te ontdekken tussen de sterren. 

In het originele libretto van L’Orfeo wordt de aangrijpende klaagzang van Orfeos echter niet onderbroken door de tussenkomst van Apollo, zoals in de klassieke versie, maar wordt het dramatische moment abrupt verstoord door een groep dronken aanhangsters van Bacchus, die woedend reageren op Orfeo’s belofte om zich nooit meer met vrouwen in te laten. Na Orfeos’ vertrek  nemen deze Bacchantes het over, en zetten ze de finale in metmuziek en dans. Dit alternatieve einde weerspiegelt het traditionele einde van het verhaal van Orfeos in de klassieke literatuur. Echter, in de vroege 17e eeuw, toen de opera werd gecreëerd, kon men vinden dat dit einde te hard was voor een kunstvorm die in de eerste plaats bedoeld was als vermaak.

Ontvangst en impact

Dat L’Orfeo vaak als ‘eerste volwaardige opera’ wordt bestempeld, geeft al aan dat dit werk een enorme impact gehad heeft in de Westerse muziekgeschiedenis. Over de eerste uitvoering zelf, weten we niet bijzonder veel, behalve dan dat het een werk was dat “tot groot genoegen werd uitgevoerd van alle aanwezigen”. Het stuk werd nog een tweede keer uitgevoerd op 1 maart 1607, maar een derde geplande voorstelling, ter ere van een bezoek van de hertog van Savoye, werd, net als dat bezoek zelf, afgelast. Buiten Mantua schijnt er niet meteen veel belangstelling voor L’Orfeo bestaan te hebben, begrijpelijk want elk hof trachtte natuurlijk te pronken met haar eigen muziek en musici.

Dat ook Monteverdi zelf misschien niet zo veel belang hechtte aan zijn allereerste opera, zou kunnen afgeleid worden uit het feit dat wanneer hij jaren nadien in Venetië een revival van zijn oudere werk op poten zette, hij koos voor zijn tweede opera, L’Arianna

Zowel tijdgenoten als volgende generaties componisten zouden niet alleen teruggrijpen naar het thema van de onfortuinlijke Orfeos, ze zouden ook voortbouwen op het voorbeeld van L’Orfeo. Bij het publiek verdween deze opera, zoals zovele andere, snel uit de belangstelling en even later ook uit het geheugen. Het zou nog tot de 20ste eeuw duren vooraleer het werk van onder het stof gehaald werd. 

(Bron: Wikipedia)