fbpx
Frédéric Chopin in 1849

Frédéric Chopin (1810-1849)

Frédéric Chopin zag het levenslicht in Żelazowa Wola, 46 kilometer ten westen van Warschau, binnen het voormalige hertogdom Warschau. Hoewel zijn doopakte, gedateerd op 23 april 1810, 22 februari als zijn geboortedatum vermeldde, vierde de componist en zijn familie consequent zijn verjaardag op 1 maart. Hierdoor wordt algemeen aangenomen dat Frédéric op 1 maart 1810 ter wereld kwam.

Hij was het tweede kind en de enige zoon van in totaal vier kinderen van Nicolas Chopin, een migrant uit Frankrijk en Justyna Krzyżanowska. In oktober 1810 verhuisde het gezin Chopin naar Warschau, waar Nicolas aan de slag ging als leraar Frans in het Lyceum. 

Een genie op piano

Behalve Franse les geven, speelde Nicolas ook fluit en viool, terwijl zijn echtgenote Justyna piano speelde. Het is niet onwaarschijnlijk dat de jonge Frédéric zijn eerste, informele, lessen op piano van zijn moeder kreeg. Zijn eerste professionele muzieklessen kreeg hij van de Tsjechische pianist Wojciech Żywny, die hem begeleidde van 1816 tot 1821. 

Al snel werd duidelijk dat Frédéric over een uitzonderlijk muzikaal talent beschikte. Reeds pp zijn zevende gaf hij zijn eerste concerten, en componeerde hij twee polonaises, een in g mineur en de andere in B♭. Zijn daaropvolgende werk, een polonaise in A♭ uit 1821, opgedragen aan zijn leermeester, is zijn oudst bewaarde gebleven manuscript.

Chopin’s vormende jaren in Warschau omvatten zijn studie aan het Lyceum van 1823 tot 1826, waar hij orgellessen kreeg van de Tsjechische musicus Wilhelm Würfel. In 1826 begon hij een driejarige opleiding bij Józef Elsner aan het conservatorium, waar hij muziektheorie, becijferde bas en compositie studeerde. Tijdens deze periode gaf hij verschillende recitals en componeerde hij actief. Het hoogtepunt was zijn optreden op de aeolomelodicon voor tsaar Alexander I in 1825, wat leidde tot zijn eerste commercieel gepubliceerde werk, het Rondo opus 1.

Tussen 1824 en 1828 bracht het gezin Chopin haar vakanties door  buiten Warschau, waar de jonge Frédéric kennis maakte met de Poolse volksmuziek. Na de dood van Emilia, een jongere zus van Frédéric, in 1827 verhuisde het gezin naar een zuidelijk bijgebouw van het Krasiński-paleis, waar Chopin tot 1830 woonde. Zijn ouders beheerden er een pension, en het huis werd gedeeld met Tytus Woyciechowski, Jan Nepomucen Białobłocki, Jan Matuszyński en Julian Fontana, die later zijn Parijse vrienden werden.

Tijdens zijn studies aan het conservatorium cultiveerde Chopin tal van vriendschappen met de opkomende arristieke en intellectuele kringen van Warschau, waaronder Fontana, Józef Bohdan Zaleski en Stefan Witwicki. In juli 1829 studeerde hij af aan het Conservatorium. In zijn laatste rapport wordt hij omschreven als een “uitzonderlijk getalenteerde student” en een “muzikaal genie”.

Chopin in 1835
Portret door Maria Wodzińska van Frédéric Chopin uit 1835

De weg naar Parijs

In september 1828 bezocht Chopin Berlijn voor de eerste keer. Tijdens zijn verblijf genoot hij van opera’s en concerten van beroemdheden zoals Carl Friedrich Zelter en Felix Mendelssohn. Terug in Berlijn in 1829 logeerde hij bij Prins Antoni Radziwiłł. De prins was zelf ook componist en gepassioneerd door de cello, en Chopin componeerde voor hem en zijn dochter Wanda de Introduction et Polonaise brillante in C, opus 3, voor cello en piano.

Later dat jaar woonde hij een concert bij van de beroemde viool virtuoos Paganini, wat mogelijk zijn inspiratie was voor de variaties Souvenir de Paganini en zijn eerste Études. Na zijn studies aan het Conservatorium trok hij naar Wenen, waar hij lovende kritieken kreeg voor zijn debuut met twee pianoconcerten.  Tijdens het eerste concert speelde hij zijn Variaties op Là ci darem la mano, opus 2, variaties op een aria uit de beroemde opera Don Giovanni van Mozart.

In september 1829 keerde Chopin terug naar Warschau en bracht op 17 maart 1830 zijn Pianoconcert nr. 2 in f mineur, opus 21, ten gehore.

Begin november van datzelfde jaar trok Chopin opnieuw naar Wenen, met de bedoeling om van daar naar Italië door te reizen. In Italië waren echter onlusten uitgebroken, waardoor hij zijn plannen herzag, en Parijs als zijn volgende bestemming koos. Aanvankelijk kreeg hij slechts een doorreis paspoort, op weg naar Londen, maar hij bleef in Parijs, verfranste zijn naam en werd in 1835 Frans burger.  

Exclusieve concerten

In Parijs raakte Chopin verbonden met vooraanstaande kunstenaars zoals Berlioz, Liszt, met wie hij bevriend werd en Delacroix. Deze ontmoetingen openden deuren voor hem, waaronder die bij de gerenommeerde pianobouwer Camille Pleyel, het begin van een langdurige samenwerking.

Chopin vormde ook vriendschappen met dichter Adam Mickiewicz, directeur van de Poolse Literaire Vereniging, en zette diens verzen om in liederen. Daarnaast was hij een frequente gast bij markies Astolphe de Custine, een fervent bewonderaar, waar hij zijn composities in diens salon uitvoerde.

Verder ontmoette Chopin er ook twee Poolse vrienden die een cruciale rol in zijn leven zouden spelen: Julian Fontana en Albert Grzymała. Fontana, een voormalige medestudent aan het Conservatorium van Warschau, werd Chopins kopiist, terwijl Grzymała, een welvarende financier en figuur in de Parijse samenleving, uitgroeide tot Chopins adviseur.

In december 1831 ontving Chopin zijn eerste grote erkenning van zijn eminente tijdgenoot Robert Schumann, die de Opus 2 Variations prees met de woorden: “Petje af, heren! Een genie.” Twee maanden later gaf hij zijn debuutconcert in de salons de MM Pleyel, waar hij universele bewondering oogstte bij zowel het publiek als de critici. Zijn ontmoeting met de rijke bankiersfamilie Rothschild later dat jaar bood niet alleen financiële bescherming, maar gaf hem ook toegang tot andere privésalons van de aristocratie en artistieke elite.

Reeds tegen het einde van 1832, amper twee jaar na zijn aankomst in Parijs, had Chopin naam gemaakt als pianist en componist, en had hij het respect verdiend van collega’s zoals Berlioz en Liszt. Met de publicatie van zijn composities kon hij een aanzienlijk inkomen verwerven dat hij verder aanvulde als pianoleraar voor welgestelde studenten uit gans Europa. Hierdoor was hij niet langer afhankelijk van de financiële steun die zijn vader hem was blijven geven, maar meer nog, het bracht hem verlichting van de druk van grote openbare concerten, waar hij een afkeer van had. Hij speelde doorgaans liever in kleinere salons, of beter nog, in zijn eigen appartement met een intiemere sfeer voor een zeer select publiek. Daarbij was Franz Liszt een regelmatige gast artiest op de concerten die Chopin bij hem thuis organiseerde. Ondanks, of misschien net dankzij deze exclusiviteit had Chopin heel snel naam gemaakt in Parijs, en werden zijn concerten en composities zeer gegeerd.

George Sand

Ten laatste in de loop van 1836 verloofde Frédéric Chopin zich met de toen 17-jarige Maria Wodzińska, die het jaar voordien een portret van de schilder had gemaakt. Aanvankelijk lijkt deze verloving de zegen gehad te hebben van Maria’s moeder, maar haar vader was, naar verluid omwille van Chopin’s zwakke gezondheid, niet te vinden voor een huwelijk tussen de twee en de verloving brak begin 1837 al weer af.

Frédéric Chopin en George Sand
Frédéric Chopin samen met George Sand, in een schilderij van Delacroix.

Ook in 1836 ontmoette Chopin voor het eerst de zes jaar oudere schrijfster George Sand (Aurore Dupin) tijdens een feestje van Marie d’Agoult, de partner van Liszt. Hoewel zijn eerste indruk over Sand alles behalve flatterend was en hij zich afvroeg of ze eigenlijk wel een vrouw was, werden de twee ten laatste in de loop van 1838, maar mogelijk al tegen het einde van het jaar ervoor, een koppel. Ze spendeerden de winter van 1838/39 samen met Sand’s twee kinderen in Majorca, deels in de hoop dat de gezondheid van Chopin zou beteren, deels, wellicht, om te ontkomen aan de dreigementen van Sand’s vorige minnaar. Van daar trokken ze via Barcelona en Marseilles, waar Chopin’s fragiele gezondheid wat kon herstellen, en ze hun reis verder zetten naar het landgoed van Sands in het centrum van Frankrijk. Na de zomer keerden ze terug naar Parijs, elk naar hun eigen appartement, waar ze elkaar ‘s avonds bezochten en toch voldoende onafhankelijk van elkaar konden leven.

Tijdens hun zomers bezoeken aan Sand’s landgoed vond Chopin de rust om zich op de muziekcompositie te richten. Daarbij geeft Sand ons een inzicht in het creatief proces van haar partner: een idee, gevolgd door een moeizame uitwerking, soms met heel wat geweeklaag en tranen, om dan terug te keren naar het oorspronkelijke idee. Ondanks dit soms moeizame proces, en de tanende gezondheid van de componist, was dit één van zijn meest productieve momenten.

Aftakelende gezondheid

Vanaf 1842 ging de gezondheid van Chopin, die al sinds zijn kinderjaren met een zwak gestel worstelde, langzaam maar steeds meer achteruit. En naarmate hij meer gezondheidsproblemen kreeg, werd Sand minder zijn vriendin en meer zijn verpleegster. Dit zette de relatie onder druk tot een boze briefuitwisseling in 1847 er plots een einde aan maakte.

Chopin boette aan populariteit in. Zijn concerten verloren hun aantrekkingskracht, het aantal studenten nam gestaag af en daarmee ook zijn inkomsten. In februari 1848 gaf hij zijn laatste concert in Parijs, waaronder drie stukken uit zijn Cello Sonata opus 65. 

Bij het uitbreken van de revolutie in april 1848, vertrok Chopin naar Engeland, waar hij op 15 mei van dat jaar voor koningin Victoria en prins Albert optrad. Op aanraden van zijn leerlinge Jane Stirling ging hij op een uitputtende tournée doorheen Engeland, die zijn zwakke gezondheid niet ten goede kwam. In november 1848 keerde hij, uitgeput en zieker dan ooit tevoren terug naar Parijs. 

Gedurende de maanden die volgden, gaf hij sporadisch nog wat les en ontving hij wat vrienden in zijn appartement. Voelend dat hij niet meer zo lang te leven had, liet hij zijn zus Ludwika, samen met haar man, in juni 1849 naar Parijs komen. Vier maanden later, op 17 oktober, overleed hij, omringd enkele vrienden, waaronder Solange, de dochter van George Sand, aan de gevolgen van tuberculose. 

De begrafenisplechtigheid vond plaats op 30 oktober in de Madeleine en voor die gelegenheid werd het Requiem van Mozart uitgevoerd, hoewel hij zelf verschillende jaren eerder zijn voorkeur had uitgesproken voor zijn eigen Prélude nr. 4 in e mineur. Zijn lichaam werd bijgezet op de beroemde Père Lachaise begraafplaats, waar nu nog steeds fans bloemen neerzetten. Ludwika nam, op zijn vraag, zijn hart weer mee naar Polen.

Invloed en muzikale nalatenschap van Frédéric Chopin

De overgrote meerderheid van het oeuvre van Frédéric Chopin bestaat uit werken voor solo-piano. Hoewel ook andere componisten, waaronder Beethoven en Liszt, al solo-werken voor piano schreven, is het vooral de verdienste van Chopin dat dit instrument een steeds grotere rol in de klassieke muziek is gaan spelen. Hij was een pionier in het gebruik van de piano als een instrument voor emotionele uitdrukking, en zijn innovatieve benadering van harmonie en melodie heeft de weg vrijgemaakt voor latere componisten.

Met zijn polonaises en mazurka’s bracht hij typische Poolse volksdansen en -muziek naar West-Europa, terwijl hij de eerste was om ballades en scherzi als concertstukken te brengen. Tevens bracht hij het nieuwe genre van de nocturne zodanig tot een nieuw niveau dat we het genre bijna automatisch met hem associëren. Chopin’s werken blijven een integraal onderdeel van het repertoire en blijven generaties van musici inspireren.

(Bronnen: Chopin, De Klassieke Muziek Collectie nsr. 3, 28 en 54, De Agostini 1995  e.v. | Wikipedia)