Antonio Vivaldi (1678-1741)

Antonio Vivaldi werd op 4 maart 1678 in Venetië geboren. Hij werd onmiddellijk na zijn geboorte, met spoed, door de vroedvrouw ter plekke gedoopt, een gebruikelijke praktijk die men toepaste wanneer men vreesde dat een pas geboren kindje niet lang zou blijven leven.

De meeste biografen zijn het er over eens dat deze spoeddoop in lijn ligt met het feit dat Vivaldi astmatisch was. Misschien was hij te vroeg geboren, of waren er andere problemen bij de bevalling. De doopakte geeft ons alvast geen extra informatie.

Volgens enkele andere biografen zou de spoeddoop van Vivaldi echter helemaal niet op zijn gezondheidstoestand wijzen, maar het gevolg zijn van de vrees dat de aardbevingen die Venetië op dat ogenblik teisterden, het leven van de pas geboren Vivaldi bedreigden.

Hoe dan ook, Antonio was de oudste van minstens 6 kinderen van Giovanni Battista Vivaldi, een kapper en muzikant die van 1685 tot 1729 voor het orkest van de befaamde San Marco basiliek werkte, en Camilla Calicchio, de dochter van een kleermaker. Mogelijk besloot Camilla, wellicht door de moeilijke omstandigheden waarin hij geboren werd, vrij vroeg dat Antonio voor het priesterschap bestemd was.

Il Prete Rosso

Over de muziekopleiding die Vivaldi kreeg, is weinig gekend. Wel is zeker dat hij zijn vioollessen van zijn vader kreeg. Al vroeg trokken vader en zoon samen door Venetië om concerten te geven, een duidelijke getuige van Antonio’s aanzienlijke talent. 

Giovanni Battista was ook één van de oprichters van een muziekgezelschap waarin ook de componist en dirigent Giovanni Legrenzi een belangrijke rol speelde. Sommige musicologen menen in het vroegere werk van Vivaldi de stijl van Legrenzi te herkennen, wat hen doet veronderstellen dat het Legrenzi was die de jonge Antonio inwijdde in de compositieleer en mogelijk ook orgellessen gaf. 

In 1693, op zijn 15de, startte Vivaldi aan zijn priesteropleiding. Tien jaar later, in 1703, ontving hij zijn wijding tot priester. Al gauw krijg hij de bijnaam Prete Rosso, ‘de rode priester’, een verwijzing  naar de rode haren die hij van zijn vader had geërfd.

Hoewel hij priester werd omwille van de belofte die zijn moeder maakte bij zijn geboorte, toen het er naar uit zag dat hij niet lang zou leven, bleef Vivaldi zijn ganse leven ook priester. Een jaar na zijn priesterwijding, echter, werd hij al van zijn liturgische verplichtingen ontslagen, omdat hij zijn missen te vaak onderbrak omwille zijn zwakke gezondheid. Sommige kwatongen zijn overigens van mening dat Vivaldi al wel eens een astma aanval veinsde zodat hij verder kon gaan componeren. Of dat inderdaad het geval was of niet, het gaf hem natuurlijk wel beduidend meer tijd om zich bezig te houden met de muziek.

Antonio Vivaldi, componist van o.m. De Vier Seizoenen
Vermoedelijk portret van Antonio Vivaldi uit 1723.

Het Ospedale della Pieta

Het zelfde jaar dat Vivaldi tot priester werd gewijd, werd hij ook aangesteld als ‘vioolmeester’ in het Ospedale della Pieta, een weeshuis voor meisjes in Venetië, dat als voornaamste doel had om de weeskinderen te bekwamen in de muziek.

En dat is precies wat Vivaldi deed! In de meer dan 30 jaar die hij voor de Pieta werkte, componeerde hij tal van concerti, cantates en sacrale werken die door de meisjes werden uitgevoerd. Het duurde niet lang na of de reputatie van het weeshuis was zodanig gegroeid  to ver buiten Venetië dat mensen van overal in Europa naar de stad afzakten, speciaal om de meisjes te horen spelen. 

Toch was de relatie tussen Vivaldi en het bestuur van het Ospedale della Pieta niet altijd even goed. Vaak weren er spanningen, en elk jaar opnieuw moest het bestuur stemmen of ze de componist wel wilden aanhouden en in 1709 werd zijn aanstelling, ondanks de faam die het wezenhuis op enkele jaren tijd dankzij Vivaldi had verkregen, niet verlengd. Twee jaar later, in 1711, werd -deze keer unaniem- op deze beslissing teruggekomen en werd de componist opnieuw aangeworven.

In tussentijd had Vivaldi al verschillende werken gepubliceerd, maar zijn grote doorbraak als componist kwam in 1711 met de publicatie van L’estro armonico, een reeks vioolconcerti opgedragen aan prins Ferdinand van Toscane, een muziekliefhebber die ook zijn steun had verleend aan andere componisten, waaronder Scarlatti en Händel.

Faam tot ver buiten Venetië

Ook in 1711 reisde Vivaldi samen met zijn vader naar Brescia, voor de uitvoering van zijn Stabat Mater. Waar we van Vivaldi voornamelijk vrolijk speelse muziek verwachten, getuigt dit werk van een diepe, ingetogen droefheid. Vaak wordt verondersteld dat dit komt omdat de componist het werk in zeven haasten zou geschreven hebben. En inderdaad, de herhaling van enkele muziekpartijen en het ontbreken van enkele standaard onderdelen in de tekst, lijken hier inderdaad op te wijzen. Maar precies daardoor krijgt het stuk de ingetogen stemming die past bij het verdriet van Maria aan het kruis van haar zoon. En misschien was dit sowieso Vivaldi’s bedoeling.

Behalve de concerti, cantates en sacrale muziek die hij voor het Ospedale della Pieta opleverde, componeerde Vivaldi ook heel wat opera’s, een genre dat in de vroege 18de eeuw goed in de markt lag. In 1714, het jaar nadat hij zijn eerste opera uitbracht, werd de componist impresario van het Teatro San Angelo in Venetië en het duurde niet lang vooraleer ook zijn opera’s in gans Italië en zelfs daarbuiten werden uitgevoerd. Twintig jaar later schreef Vivaldi in een brief dat hij 94 opera’s had gecomponeerd. Daarvan zijn er tot op heden amper 50 terug gevonden of bewaard gebleven. 

Op het hoogtepunt van zijn faam werd Vivaldi gevraagd door hoven in gans Europa om muziek voor speciale gelegenheden te schrijven, waaronder, in 1725, de cantate Gloria e Imeneo naar aanleiding van het huwelijk van Lodewijk XIV van Frankrijk.

Meer dan de 'Vier Seizoenen' ... veel meer

Ook Vivaldi ontsnapte niet aan het lot dat heel wat andere componisten uit zijn tijd beschoren was. Naar het einde van zijn leven geraakte het publiek, steeds op zoek naar wat nieuws en wat sensationeels, haar belangstelling kwijt in de ouder wordende componist. In de hoop om wat zijn van verloren roem terug te vinden, trok hij naar Wenen, wellicht op uitnodiging van Karel VI. Kort na zijn aankomst, echter, overleed de keizer en zijn opvolger was er helemaal niet in geïnteresseerd om Vivaldi in dienst te houden. De ooit zo beroemde en geliefde componist overleed berooid in Wenen in de nacht van 27 op 28 juli 1741. 

Na zijn overlijden verdwenen Vivaldi en zijn immense oeuvre uit de herinneringen van het publiek dat hem ooit op de handen had gedragen, een lot dat hij deelde met zoveel andere componisten van zijn tijd.

Het zou nog tot de 20ste eeuw duren vooraleer zijn werken weer stilaan tevoorschijn zouden komen. Zeker vanaf de tweede helft van de 20ste eeuw is Vivaldi, ondanks een snedige commentaar van Stravinsky, niet meer weg te denken uit het barokke repertoire en behoort hij steevast tot één van de publiekslievelingen.

(Bronnen: Vivaldi, De Klassieke Muziek Collectie nr. 5, De Agostini 1995 | Wikipedia)

Compagnie Trespugliese

Het gezelschap Trespugliese bestaat uit de Argentijnse tangodansers Sebastian Ovejero, oorspronkelijk afkomstig uit het noordwesten van Argentinië, en Marie Quilly, die opgroeide in Bretagne.
Na ongeveer tien jaar in Spanje te hebben gewoond, besloten Sebastian en Marie zich in Frankrijk te vestigen terwijl ze hun tournees voortzetten met verschillende muziekgroepen in Spanje en Frankrijk, maar ook in Portugal, Rusland, Israël en Argentinië.
Ze deelden onder meer het podium met gitarist Lakmal Peiris in Madrid of met Proyecto Tamgú tijdens het Granada International Tango Festival (Spanje). Ze hebben La Porteña Tango Trío meerdere malen begeleid op internationale tournees. Ze werkten samen met de alternatieve tangogroep Galeon Tango en met het Théâtre équestre de Bretagne.
Momenteel worden ze opgemerkt op de Franse podia als dansers van het klassieke muziekduo Fortecello en het tangotrio Fortecello Project.

Ze bieden ook verschillende dansshows aan die zijn aangepast aan alle soorten publiek, ruimtes en logistiek, en bieden regelmatig workshops en cursussen aan voor verschillende tangostructuren en festivals in Frankrijk en elders.

Carmela Delgado

Carmela Delgado werd in 1991 in Parijs geboren en studeerde aan het Conservatorium van Gennevilliers en in Argentinië. Ze treedt op in gerenommeerde concert- en operahuizen, waaronder Straatsburg, Mulhouse en Rennes, en speelt tangomuziek zoals “Maria de Buenos Aires” en “MisaTango”. Ze werkt samen met ensembles als L’Orchestre de Bretagne en L’Orchestre Lutetia.

Internationaal trad ze op in Praag met “Maria de Buenos Aires”. In Argentinië werkte ze met muzikanten als Ramiro Gallo en Rudi Flores. Carmela focust op tango en improviseert en speelt kamermuziek in diverse ensembles zoals Cuarteto Lunares en EOS.

Ze onderzoekt Argentijnse folklore en flamenco, werkt samen met haar vader Manuel Delgado, en tourde in 2018 door China met het Franse chanson-ensemble Canaille de Panam. Carmela doceert bandoneon aan het Conservatorium Edgard-Varèse en geeft masterclasses op festivals als Tango de Tarbes en het International Institute for World Music.

Philippe Argenty

Philippe Argenty gaat in 2000 naar de Muziekacademie en verhuist in 2003 naar Parijs om zich op muziek en piano te concentreren. In 2005 begint hij aan het Conservatori Superior de Música van Liceu in Barcelona, waar hij in 2011 afstudeert met een diploma in “Piano Performance” en de hoogste onderscheiding krijgt voor zijn uitvoering van Liszts 2e Pianoconcert.

In 2005 wint hij de 2e prijs op het Grand Concours International de Piano in Parijs. Sinds 2004 treedt hij op in verschillende landen, zowel solo als in kamermuziek. In 2011 gaat hij op tournee met het Barcelona-orkest “ConjuntXXI” en speelt het Liszt 2e Pianoconcert. Hij treedt op bij diverse festivals en speelt in formaties zoals Duo Fortecello en NonStop Tango Trio.

Sinds 2016 organiseert hij festivals en muziekseizoenen, waaronder “Les Clés du Classique” en “Saint Savin Piano & Master Classes Festival”. In 2017 treedt hij toe tot de raad van het Festival Pablo Casals in Prades en is sinds 2008 artistiek manager van Les Clés du Classique. In 2015 is hij jurylid bij de Festival Art Duo in Praag.

Met Anna Mikulska (Duo Fortecello) bracht hij albums uit: “Cello and Piano World Tour” (2015), “Soul of Nations” (2018), en “Chopin: Ange ou Démon?” (2022). Ze tourden door Europa, China en de VS. Met Duo Fortecello werkt hij aan het “Music for All” programma en coacht hij jonge artiesten.

Anna Mikulska

Anna Mikulska-Argenty begon haar muziekstudie op zesjarige leeftijd. In 2005 startte ze aan de Muziekacademie in Krakau en studeerde later aan de Ecole Normale de Musique in Parijs. Ze kreeg advies van bekende cellisten zoals Anner Bylsma en Arto Noras. In 2010 behaalde ze een Master’s degree en een Cello Aptitude Certificate.

Sinds 2005 speelt ze solo met verschillende orkesten, zoals het Symfonieorkest van de Muziekacademie van Krakau en het Young Philharmonic Orchestra. Ze speelde in het Cracow Royal Quartet en vormde in 2011 het Quator Volubilis. Ze trad ook op met Nigel Kennedy’s “Orchestra of Life” en tourde door Europa.

Sinds haar verhuizing naar Frankrijk werkt ze samen met het Limoges and Limousin Orchestra en het orkest van Soirées Lyriques in Sanxay. Ze specialiseerde zich in kamermuziek met formaties zoals Duo Fortecello en Trio Gatti. Haar albums met pianist Philippe Argenty omvatten “Cello and Piano World Tour” (2015), “Soul of Nations” (2018), en “Chopin: Ange ou Démon?” (2022). Ze gingen op tournee in Europa, China en de VS.

Sinds 2015 is ze co-directeur van festivals in Frankrijk en lid van de bestuursraad van het Pablo Casals Festival. Met Duo Fortecello werkt ze aan het “muziek voor iedereen” programma, dat klassieke muziek naar kleine dorpen, ziekenhuizen en scholen brengt. Daarnaast coacht ze jonge artiesten.

Pierre Vopat

Pierre Vopat werd geboren in Luik en studeerde aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel bij Shirly Laub en haar assistenten Frédéric d’Ursel en Kerstin Hoelen. Ook kreeg hij de kans om een ​​jaar te studeren bij de beroemde violist Lorenzo Gatto.
Sinds 2014 is hij lid van de Young Belgian Strings en kreeg hij de gelegenheid om meerdere jaren op rij bij het NJO te spelen. Hij speelde ook met het Wiener Jeugdorkest, het Oostenrijkse Jeugdorkest en het Aurora Symphony Orchestra in Stockholm.
Hij is de winnaar van verschillende wedstrijden in België zoals Belfius Classics, Horlait-Dapsens en Maurice Lefranc. Momenteel bouwt Pierre een muzikale carrière op in België, met name binnen verschillende symfonische orkesten, terwijl hij een zeer intense activiteit in de kamermuziek behoudt.

Jungbin Lim

Jungbin Lim werd geboren in Zuid-Korea. In 2009 studeerde ze met grote onderscheiding af aan de Ewha Women’s University in Seoul, waar ze een leerling was van Young Lim Ham en Sun-gyu Kim.
Ze bracht haar passie voor piano tijdens verschillende concerten met het Korean Catholic Symphony and Chamber Orchestra (2009-2013). Daarnaast begeleidde ze het Accel Youth Orchestra, het Goyang Chamber Orchestra en het Pilgrim Choir.
Sinds september 2016 woont Jungbin Lim in België, waar ze studeerde aan het Koninklijk Conservatorium in Brussel, onder leiding van Boyan Vodenitcharov, waarna ze begeleiding en kamermuziek studeerde.
Momenteel combineert ze haar werk aan het Koninklijk Conservatorium Brussel als begeleider van de celloklas en haar passie voor kamermuziek in het Trio Memento.

Álvaro Quintero

Álvaro Quintero werd geboren in Colombia. Hij begon zijn muziekstudie aan het Tolima Conservatorium in zijn geboortestad en vervolgde zijn muzikale opleiding in Venezuela als deel van het beroemde El Sistema-project, waar hij de kans kreeg om in verschillende orkesten te spelen onder leiding van Gustavo Dudamel.
In 2012 begon hij zijn studies aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel in de klas van Didier Poskin. Vervolgens studeerde hij kamermuziek, wat hem ertoe aanzette om concerten te geven in België en Frankrijk.
Momenteel combineert hij muziekonderwijs als onderdeel van een sociaal-muzikaal project in Brussel met concerten met verschillende ensembles in België, waaronder het Trio Memento.

Marco Mantovani

Marco Mantovani werd in Mantova geboren en studeerde af er aan het conservatorium onder leiding van Antonio Pulleghini met de hoogste cijfers en onderscheidingen. Daarna studeerde hij drie jaar bij Andrea Lucchesini aan “Scuola di Musica di Fiesole”  in Firenze, waar hij cum laude afstudeerde. Hij behaalde zijn Master in ‘Piano Performance’ (2017) en zijn ‘Postgraduate’ diploma (2018), beide met de hoogste onderscheiding, aan het Koninklijk Conservatorium Brussel in de klas van Aleksandar Madzar. In 2017 ontving hij van het Conservatorium de prijs ‘Ingeborg Köberle’ als ‘meest veelbelovende student van het jaar’. Fundamenteel voor zijn artistieke ontwikkeling, zijn ook de adviezen geweest die hij kreeg van de beroemde Portugese pianiste Maria João Pires.

Zijn repertoire reikt van Bach tot Hedendaagse muziek. Zijn passie voor kamermuziek drijft hem ertoe om regelmatig met verschillende musici op te treden en hij is stichtend lid van het “Egmont Chamber Music” ensemble.

Marco Mantovani is assistent-professor piano aan het Koninklijk Conservatorium Brussel, pianoprofessor aan het Conservatoire de Pantin in Parijs en doctoraatsonderzoeker aan het Koninklijk Conservatorium Brussel en de Vrije Universiteit Brussel in het ‘Doctoraat in de Kunsten’.

Evan Buttar

Evan Buttar heeft een gevarieerde en internationale carrière als uitvoerend musicus op zowel de barokcello als de viola da gamba. Hij heeft opgetreden met groepen als het Orkest van de Achttiende Eeuw, Le Concert des Nations, Ensemble Zefiro, PRJCT Amsterdam en Wrocław Baroque Orchestra, en speelt regelmatig met verschillende ensembles, waaronder het Luthers Bach Ensemble, Musica Gloria, Das Neue Mannheimer Orchester en het Butter Quartet, een historisch geïnformeerd strijkkwartet waarvan hij een van de oprichters is. Zijn kamer- en orkestervaringen hebben hem op internationale podia gebracht op talloze festivals, waaronder het Utrecht Early Music Festival, het MA Festival Brugge, Mozartfest Würzburg, Festival Berlioz, Chopin and his Europe Festival, het Innsbruck Festival of Early Music, de Beethoven Academy in Wrocław en de String Quartet Biennale Amsterdam.

Evan begon op jonge leeftijd met muziek maken in Vancouver, Canada. Na het behalen van een bachelordiploma moderne cello aan de Universiteit van Ottawa in 2014, inspireerde zijn fascinatie voor historisch geïnformeerde uitvoeringspraktijken hem om naar Nederland te verhuizen, waar hij momenteel woont. Daar behaalde hij in 2016 een masterdiploma barokcello bij Jaap ter Linden aan het Koninklijk Conservatorium Den Haag en datzelfde jaar begon hij daar aan een tweede masterstudie op de viola da gamba bij Mieneke van der Velden en Philippe Pierlot, die hij in 2018 afrondde.

Evan bespeelt een barokcello van Jakob Weiss (ca. 1745) die hij genereus in bruikleen heeft gekregen uit de collectie van het Nederlands Muziekinstrumenten Fonds.

Pieter De Praetere

Pieter De Praetere is een Belgische contratenor. Als solist legt hij zich vooral toe op barokmuziek. Daarnaast is hij een veelgevraagde figuur in het muziektheater.

Pieter is geboren in een muzikale familie. Op zijn 10de gaat hij stemvorming volgen bij Pascal Devreese in Ronse. Op zijn 16de trekt hij naar countertenor Steve Dugardin in Antwerpen. Tijdens zijn studies Literatuurwetenschappen aan de Universiteit Gent volgt hij les bij Hilde Coppé. Kort daarna trekt hij naar het Koninklijk Conservatorium Brussel bij Lena Lootens.

Als solist heeft Pieter een stevig repertoire opgebouwd. Zo vertolkt hij solistenrollen in Messiah van Händel, Stabat Mater van Pergolesi, Gloria van Vivaldi en een aanzienlijk aandeel van cantates, motetten en oratoria van J.S. Bach. Hiermee staat hij op binnen- en buitenlandse podia. Pieter zingt o.a. met de orkesten Musica Gloria, Il Gardellino, B’Rock, BachPlus, Apotheosis … Met Beniamino Paganini en Nele Vertommen van ensemble Musica Gloria werkt hij al enkele jaren intens samen. Samen brachten ze al enkele succesvolle Europese tournees tot stand en ook dit seizoen staan zij samen op binnen – en buitenlandse podia en in de opnamestudio.
In 2024 debuteert Pieter in de opera: in de Reaktorhalle in München zingt hij een hoofdrol in de operacreatie ‘Invitation to a Beheading’ van regisseur Maria Chagina en componist Leon Zmelty. Met het festival Midsummer Mozartiade en Orchestre Royal de Wallonie zingt hij de rol van Farnace in Mozarts ‘Mitridate, Re di Ponte’ in Brussel, Mons en Namur.

Naast zijn werk als klassiek zanger is Pieter een veelgevraagd figuur in het Vlaamse theaterlandschap. Met Muziektheater Broder toert hij al jaren door België met poëtische familievoorstellingen met en over klassieke muziek (Franzerl, Babushka, Seaking…)

Beniamino Paganini

Beniamino Paganini (°1994) heeft al van jongs af aan een passie voor oude muziek. Op 16-jarige leeftijd startte hij aan beide Koninklijke Conservatoria van Brussel, later aan de conservatoria van Leuven en Den Haag. Hij ontving zijn masterdiploma’s voor Traverso (2016), Klavecimbel (2017), Maestro al Cembalo (2019) en een bachelordiploma Musicologie (2018), allen met grote onderscheiding. Hij studeerde traverso bij Barthold Kuijken, Frank Theuns en Jan De Winne, renaissance fluit bij Kate Clark en Patrick Beuckels, klavecimbel bij Frédérick Haas, Fabio Bonizzoni, Kris Verhelst en Maestro al Cembalo bij Patrick Ayrton en musicologie aan de KU Leuven waar hij eveneens het diploma Educatieve master Cultuurwetenschappen behaalde.

Daarnaast treedt hij ook op met claviorganum, orgel en blokfluit. Door de Belgische Muziekpers werd hij uitgeroepen tot Jonge Musicus van het jaar 2020 en Klara selecteerde hem in 2021 als één van de Twintigers. Hij behaalde meerdere eerste prijzen en ontving de ‘Sonderpreis der Jury’ op de Internationale Telemann Wedstrijd (2021).

Beniamino is oprichter en, samen met Nele Vertommen, algemene en artistieke leider van het barokensemble Musica Gloria. Met dit ensemble speelt hij een dertigtal concerten per jaar voor organisaties als AMUZ (BE), Bachfest Leipzig (DE), BOZAR (BE), Concertgebouw Brugge (BE), De Bijloke (BE), Klara (BE), Les Festivals de Wallonie (BE), MA Festival (BE), Musica Antica (NL) en Trigonale Festival (AT). Ook realiseerde hij met Musica Gloria reeds talrijke video-opnames en cd’s

Verder werkt hij samen met vele andere ensembles zoals Il Gardellino, Scherzi Musicali, B’Rock en La Petite Bande in concerten en opnames. 

Nele Vertommen

Nele Vertommen (°1999) werd reeds als 5-jarige geboeid door oude muziek. Hier werd haar al duidelijk dat ze deze muziek ook zelf wilde kunnen spelen.

Enkele jaren later startte ze met hobolessen bij Korneel Alsteens. Wanneer ze na 2 jaar spelen ontdekte dat de prachtige hobo-solo’s uit de Mattheüs-Passie eigenlijk voor de barokhobo geschreven werden, ontstond het idee om barokhoboïste te worden.

Op haar 14de begon ze met zelfstudie voor barokhobo, waarna ze zich op 15-jarige leeftijd studente kon noemen aan het Koninklijk Conservatorium Brussel, in de klas van Marcel Ponseele. Na een tussenjaar in Den Haag, ontving ze daar haar bachelordiploma met grote onderscheiding. Terug in België voltooide ze haar masterdiploma, eveneens met grote onderscheiding. Kort na haar afstuderen werd ze geselecteerd door Klara om deel uit te maken van hun reeks “De Twintigers”. Omdat ze ook een grote liefde heeft voor vroeger repertoire, werkt ze sinds enkele jaren ijverig aan haar vaardigheden op vroegere dubbelrietinstrumenten.

Samen met haar partner Beniamino Paganini leidt ze Musica Gloria. Dit ensemble treedt op voor organisaties zoals BOZAR (BE), Trigonale (AT), Bachfest Leipzig (DE), AMUZ (BE), Festivals de Wallonie (BE), SHFestival (CZ), Concertgebouw Brugge (BE), TAM Regensburg (DE) en 30CC (BE) en heeft al verschillende cd’s opgenomen. 

Behalve met Musica Gloria, speelt Nele regelmatig met ensembles als Il Gardellino (BE), A Nocte Temporis (BE), La Chapelle Harmonique (FR), Collegium Marianum (CZ), Gli Angeli Genève (CH), Le Poème Harmonique (FR), Utopia Orchestra (DE) en Concerto Köln (DE).